Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de afwijking Oostelijk, dan met de Noordpool naar S.B. en men nadert het kompas met den magneet zooveel, tot de afwijking is opgeheven.

Om het schip een bepaalden magnetischen koers te doen voorliggen, kan men vooraf de magnetische richting van een ver verwijderd voorwerp bepalen, door bijv. aan wal een kompas buiten den invloed van ijzer, op te stellen, in de richting voorwerp-schip. Met behulp van een pelorus of peilbord kan men dan het schip gemakkelijk den gewilden magnetischen koers doen voorliggen.

Wil men het schip bijv. magnetisch. Noord voorleggen, dan plaatst men het peilbord zoodanig, dat de Noord-Zuidlijn daarvan evenwijdig loopt met de kiel van het schip, met het Noorden naar vooruit. Het peiltoestel van het peilbord wordt dan gesteld op de vooraf bepaalde magnetische richting van het ver verwijderde voorwerp en het schip gedraaid, tot men het voorwerp door het peiltoestel ziet.

Men legt het schip daarna magnetisch Zuid voor.

Gewoonlijk zal men dan eenige afwijking waarnemen, die echter, na eerst de plaats waar de magneet ligt te hebben gemerkt, kan worden opgeheven door die magneet te verplaatsen. De magneet krijgt dan als vaste plaats die, welke gelegen is midden tusschen de beide plaatsen, door hem ingenomen bij de koersen Noord en Zuid. De coëfficiënt C is dan gecompenseerd. Eigenlijk alleen haar deel c', doch c" kan gewoonlijk verwaarloosd worden.

Om het gedeelte b' van den coëfficiënt B te compenseeren, legt men het schip magnetisch Oost voor; wijst dan het Oosten van de kompasverdeeling Noord van de zeilstreep, dan plaatst men den langscheepscheri compensatiemagneet met de Noordpool naar achteren en men brengt den magneet zoo dicht bij het kompas, tot de afwijking is opgeheven; wijst het Oosten van de kompasverdeeling bezuiden de zeilstreep, dan moet de magneet met de Noordpool naar voren geplaatst worden.

Vervolgens legt men het schip magnetisch West voor en handelt, indien er dan nog afwijking is, met den magneet op dezelfde wijze, als hiervoor met den dwarsscheepschen magneet is aangegeven.

Was er nu alleen blijvend magnetisme, dan zou op deze wijze de semi-circulaire afwijking opgeheven zijn; het is echter bekend, dat de semi-circulaire afwijking gedeeltelijk ontstaat door hét vluchtig magnetisme in verticaal ijzer en dat dit vluchtig magnetisme verandert met de breedte; waarop het schip zich bevindt.

Zooals wij gezien hebben, is de invloed van het vluchtig magnetisme in verticaal ijzer voor een kompas in de midscheeps bijna uitsluitend uitgedrukt in de coëfficiënt B.

De afwijking bij den koers Oost en West behoort dan ook slechts gedeeltelijk te worden opgeheven door den langscheepschen magneet; het andere gedeelte wordt dan opgeheven door een week ijzeren staaf,.naar den uitvinder Flinders-staaf genoemd, die in de midscheeps verticaal vóór het kompas wordt geplaatst, omdat, zooals wij gezien hebben, de resulteerende pool van het vluchtig magnetisme in verticaal ijzer zich gewoonlijk recht achter het kompas

Sluiten