Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P' c' Als bijv.gevonden is: a-=—= + 29°,5 en &=- = — H°,2 en

men berekent met deze waarden de samenstellende deelen van B voor Amsterdam, d.i. voor de Amsterdamsche waarden van H en tgi, dan komt:

B = &+ -tg i = 4-16°,4 - 25°,7 = - 9°,3.

Om dan te Amsterdam te compenseeren, zoodanig dat de veranderingen in de afwijkingen op verschillende plaatsen op aarde zoo gering mogelijk zullen zijn, plaatst men de langscheepsche magneten zoodanig dat B = — 25°,7 wordt, om vervolgens die fout door middel van een Flinders-staaf weg te nemen.

Voorbeeld.

Na de eerste thuisreis van het S.S. Koningin Emma der Stoomv. M.ij Nederland werden op 21 Maart 1914 de kompassen te Amsterdam op nieuw gecompenseerd en werden de op de thuisreis verkregen waarnemingen bij koersen Oost of West (of daarmee slechts enkele

graden verschillende koersen) gebruikt om daaruit de deelen jjj.

en-tai van coëfficiënt B volgens de methode Outoü af te leiden.

x . ..

De waarnemingen op de uitreis konden voor dit doel niet gebruikt worden, omdat ook te Batavia de kompassen gecompenseerd waren.

In de onderstaande opgaven zijn de waarnemingen uit het kompasjournaal, benevens de daarbij behoorende waarden van H, tgi, ff X -B en Bcot i verzameld:

x y

Koers. b. L. BH tgi HXB Bcoti

1 West 1°16'Z. 103°51'O. —2° 4 2,0 -0,81 -4,8 4-3

2 5°56'Z. 94°51'0. —1°,7 2,0 —1,13 —3,4 +1,5

3 5°46'Z. 84°55'0. —1°,5 1,9 —1,08 -2,85 +1,4

4 " 11°30'N. 54°29'0. —2°,6 2,0 +0,18 —5,2 —14,4 5' " 12°30'N. 44°29'0. —3°,2 1,9 +0,20 —6,08 —16 6* " 36°52'N. 3° l'O. -8°,3 1,45 +1,75 -11,2 —4,8 7' Lissabon. -9°,2 1,3 +1,90 -12 -4,8 8. Oost 58°17'N. 2°20'W. —10°,3 1,05 +2,25 -10,8 -4,5

Op ruitjespapier wordt nu het rechthoekig assenstelsel getrokken en achtereenvolgens de stukken HXB op de X-as en Bcoti op de F-as afgezet (—x links van de F-as en — y beneden de X-as) en de lijnen 1, 2, 3 enz. getrokken. De lijnen 4, 5 en 7 werden niet rechtstreeks getrokken, omdat hun x of y bij de gebruikte maatstaf (1° = 2 ruitjes) buiten het papier vallen. Voor deze lijnen werden eerst de hulplijnen 4', 5' en 7' met de halve waarden van x en y getrokken en daarna de lijnen 4, 5 en 7 daaraan evenwijdig met de volle waarden van x of y.

Zooals uit Fig. 111 zichtbaar is, geven de lijnen 1, 2, 3, b, 7 en 8 een zeer goede snijding, zoodat p als gemiddeld snijpunt werd

Sluiten