Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijken,, met een kracht gelijk aan de hor. int. Nemen we nu aan dat er een storende invloed is, uitgaande van het scheepsijzer, die de richtkracht der kompasnaald met een bedrag AF vergroot dan zal de kracht H\/2 de naald geen 90° kunnen doen afwijken,'maar slechts een /_ABK als BL = AF en BK de resultante is van BL

Fig 113 en BD' Het zal nu duidelljk zün dat die zelfde kracht AF=BL. een afwiikins- = / KRH ten ao.

volge zal hebben, als het schip een koers voorligt die 90° met den eerstbedoelden koers verschilt, althans wanneer wij te doen hebben met een afwijking door vaste magnetische polen in het schip.

Om den deflector te kunnen gebruiken, moeten de magneten dus eerst zoodanig gesteld worden, dat zij met een kracht H[/2, dus ongeveer 1,4 maal zoo sterk als de hor. int. der aardmagneetkracht , op de kompasnaald inwerken. De uitvinder Clausen noemt dit het geven van Normaal-instelling aan den deflector.

Aan boord kan dit op de volgende wijze geschieden: Men legt het schip miswijzend Noord

vuur, eu piaaisi aen aenector met de stift in de uitholling van het dekglas, zoodanig dat de wijzer V, Fig. 112 nauwkeurig langscheeps, dus op de zeilstreep gericht is en de Zuidpool der voorste magneet zich boven het Noorden van de roos bevindt. Vervolgens draait men de liniaal 135° langs den verdeelden cirkelrand. Men verplaatst dan de magneten, door de schroeven S te verdraaien en wel zoolang tot dat de kompasnaald 90° afwijkt. Men leest dan af wat de afstand der magneten is tot het nulpunt der liniaalverdeeling, de roos wordt in haar oorspronkelijken stand teruggebracht en de deflector verwijderd.

Het schip wordt nu Zuid voorgelegd en de bewerking herhaald, de plaatsen der magneten weêr afgelezen. Ten slotte worden de magneten zoodanig geplaatst dat hun afstand tot het nulpunt gelijk is aan de halve som der beide aflezingen. De deflector heeft dan de .Normaal-instelling.

Men kan nu tot de compensatie overgaan. Daartoe legt men het schip miswijzend Noord voor, en plaatst den deflector op het kompas, de wijzers langscheeps, de Zuidpool der voorste magneet boven het JN oorden der roos en men draait de liniaal weer 135°. De naald zal dan geen 90° afwijken, maar bijv. 90°—d8. Men vindt dus een atwgkmg d8. Vervolgens legt men het schip Zuid voor, handelt op dezelfde wijze en vindt een afwijking d2i. De langscheepsche magneet wordt nu dusdanig geplaatst dat deze laatste afwijking gelijk wordt aan ^(ds + d24). De coëfficiënt B is dan gecompenseerd.

Het schip wordt daarna Oost voorgelegd en de wijzers V van den deflector dwarsscheeps gericht. De magnetische as wordt weer 135 gedraaid en men vindt een afwijking d0. Nu wordt het schip West voorgelegd, men handelt op dezelfde wijze en vindt een

Sluiten