Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Invloed der electrische werktuigen en installaties op de afwijkingen van het kompasIn de laatste jaren worden veel schepen electrisch verlicht en komen ook electrische motors nu en dan aan boord voor. De dynamo's, motors en draadgeleidingen kunnen, indien zij zich in de nabijheid van een kompas bevinden, groote afwijkingen der naald veroorzaken, die daarom des te gevaarlijker zijn, omdat de electrische stroom niet altijd doorloopt, zoodat deze afwijkingen van tijdehjken aard zijn. Bij een installatie voor electrisch licht bijv. zal de dynamo voornamelijk 's nachts werken en zullen er dus ook alleen 's nachts afwijkingen plaats hebben, terwijl de afwijking van het kompas juist het meest en het gemakkelijkst over dag kan worden bepaald.

Als uitkomst van verschillende proefnemingen vermelden wij eenige bizondèrheden, waarop bij de plaatsing en de inrichting van electrische installaties gelet dient te worden.

1°. De dynamo mag niet in de nabijheid van het kompas geplaatst worden.

De dynamo mag ook niet geplaatst worden in de nabijheid van een ijzeren schot, of andere verticale ijzermassa, waarvan het boveneinde in de nabijheid van het kompas uitkomt; die ijzermassa kan toch door de dynamo zoo sterk geinduceerd worden, dat een belangrijke afwijking van het kompas het gevolg kan zijn.

Lloyd's register schrijft voor, dat de dynamo's zoo ver mogelijk van alle kompassen geplaatst moeten worden en op een afstand van ten minste 30 Eng. voeten van het standaardkompas.

2°. dient men onderscheid te maken, of de dynamo's wisselstroomen of doorloopende stroomen leveren.

Een draadleiding waarlangs een doorloopende stroom gaat, zal, in de nabijheid van het kompas geplaatst, de naald doen afwijken. Bij het gebruik van een enkele leiding, waar het ijzeren boord van het schip dus als teruggeleiding wordt gebezigd, moet de draadleiding op' vrij grooten afstand van het kompas blijven. Lloyd's schrijft voor: In schepen met dynamo's, die doorloopende stroomen leveren en enkele draadleiding hebben, mag de enkele kabel niet binnen 15 voet van eenig kompas gelegd worden; kabels met zeer sterke stroomen moeten op nog grootere afstanden worden aangebracht.

Indien het noodig is, de kabels binnen dien afstand aan te br engen, dan moet het dubbel draadsysteem worden aangenomen. Gebruikt men bij den doorloopenden stroom een tweeden draad als teruggeleiding, dan wordt ook bij meerdere nabijheid van de draden bij het kompas, afwijking voorkomen, wanneer de beide draadleidingen onmiddellijk naast elkaar en zoo geplaatst worden, dat zij eikaars invloed neutraliseeren.

Komt er contact met het schip, dan zal bij dubbele geleiding de stroom blijven doorloopen, doch er zal dan kans zijn op afwijkingen. De isoleering der draden behoort daarom nu en dan onderzocht te worden en, zoo er ergens aanraking is van den draad met het scheepsijzer, moet de isoleering dadelijk hersteld worden.

Sluiten