Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na substitutie van deze waarden is:

- i/2 K* sin2 \"= -1 = *

r+ft r-\-h

K* = ?*

sin 1 r-4-«

Verwaarloozen wij nu h ten opzichte van r, wat zonder bezwaar 1 2h

kan geschieden, dan wordt K=^~-T.l/^-, hetgeen dus de waarde smY r r °

voorstelt van de ware kimduiking.

b. Schijnbare kimduiking.

Als er geen dampkring was, zou D, Fig. 117, het verst verwijderde, van uit A zichtbare punt der aarde zijn. Door den invloed der aardsche refractie zal echter het verst verwijderde zichtbare punt bijv. C zijn. Een lichtstraal uit C in het oog van den waarnemer vallende, wordt gebogen en de waarnemer ziet C dus in de richting van de raaklijn in A aan de kromme lijn, d. i. ih de richting AE.

/_HAE is dus de schijnbare kimduiking, die wij K' noemen.

Uit Fig. 117 volgt: K'=K—/_EAC=K— aardsche refractie, dus K' = K—(3(p waarin <p = /_AMC.

Nu zal /_AMC weinig verschillen van l_AMD en daar /_AMDz=.K is, mogen wij ook /_AMC=(p — K stellen.

De formule wordt dan K' = K— @K= K(l—(3) = K(1 —0,08),

of r*a/»

• sin 1 r

Dit is de waarde van de schijnbare kimduiking en volgens deze formule is Tafel XXXII berekend.

Door de geringe waarde, die men mag hechten aan de nauwkeurigheid van den coëfficiënt (3 van de aardsche refractie, mag men geen onbepaald vertrouwen stellen in de opgaven van Tafel XXXII.

Het verdient daarom aanbeveling om, bij zons-observatie, de schijnB bare kimduiking rechtstreeks door

meting te bepalen. Dit kan, door middel van een prisma-cirkel op de volgende wijze geschieden:

Stel dat het oog van den waarnemer zich in A, Fig. 118, bevindt , dan zal wanneer AK en AK' de richtingen voorstellen, waarin de schijnbare kim zich bevindt, en als BC den schijnbaren horizon

voorstelt, de schijnbare kimduiking gelijk zijn aan /_ CAK' = /_BAK. Meet men dus met den prisma-cirkel den inspringenden /_KAK', dan

Sluiten