Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodat beide beelden van de kim in den kijker bij elkaar gezien worden.

Is er geen kimduiking, zoodat de tegenovergestelde punten van de kim ook in het verticale vlak juist 180° van elkander liggen, dan loopen de stralen Ky en K2 in tegengestelde richting aan elkaar . evenwijdig en de beide beelden zullen samenvallen als de nonius op 0 staat, althans bij index-correctie = 0. Is er wèl kimduiking, dan zal men, door het instrument iets achterover te houden, maken dat het beeld van K2 ongeveer midden in het veld van den kijker komt. Om nu het andere beeld hiermede samen te brengen, moet men den wijzer met nonius, bij normale kimduiking, zoover naar de negatieve zjjde bewegen, dat de lichtstraal -ÉT, na dubbele terugkaatsing in de beide spiegels, eveneens midden in het veld van den kijker komt. De hierna afgelezen negatieve hoek is het dubbele van de kimduiking.

De kimduiking wordt hier normaal genoemd, wanneer de richting waarin de schijnbare kim zich vertoont, beneden het vlak van den schijnbaren horizon ligt, zoodat de kimduiking moet worden afgetrokken. Een nadeel van de hier beschreven inrichting is, dat men het instrument dwars voor zich moet houden, maar de ondervinding leert, dat dit bezwaar niet groot is.

Belangrijke onderzoekingen op het gebied van kimduiking werden aan boord van het Oostenrijksche oorlogschip Pola verricht, dat daartoe gedurende een jaar in de Roode Zee gestationeerd was.

Uit de waarnemingen bleek dat luchtdrukking, vochtigheid van den dampkring en graad van bewolking geen noemenswaardigen invloed hebben op het bedrag van de kimduiking, maar dat verschil in temperatuur tusschen de onderste luchtlaag en het water, het gemiddeld bedrag der kimduiking, zooals in Tafel XXXII wordt opgegeven, belangrijk wijzigt.

Het is dus ten zeerste aan te bevelen om tijdens de hoogtewaarneming , de temperaturen te meten van het water aan de oppervlakte en van de lucht, die er mede in aanraking is. Heeft dan de wind een kracht van minstens 2 of 3, volgens de schaal van Beaufort, zoodat de luchtlagen goed dooreen gemengd worden, dan geeft de onderstaande Tabel, samengesteld uit de waarnemingen a/b van bovengenoemd schip, met vrij groote zekerheid het juiste bedrag van de kimduiking.

Uit de Tabel blijkt, dat bij gelijke temperatuur van lucht en water, de opgaven uit Tafel XXXII overeenkomen met die uit de Tabel. Bij een verschil in temp. tusschen lucht en water van 8° kan er een verschil zijn van 3 minuten tusschen beide opgaven.

Bij windstilte kan zich het geval voordoen dat de grootte der kimduiking tot 10' a 15' verschilt met de opgave van Tafel XXXII, zoodat de kimduiking zelfs het omgekeerde teeken kan krijgen en dus moet worden opgeteld. Bij windstilte kan de Tafel niet gebruikt worden en is rechtstreeksche meting zeer aan te bevelen. Gelijktijdige hoogtewaarnemingen met sextanten door twee geoefende

Sluiten