Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ware halve middellijn.

Fm. 123.

Zij A, Fig. 123, het middelpunt der aarde, waar de halve middellijn van het hemellichaam zich, als er geen straalbuiging was, zou vertoonen onder den hoek D, dan is, als B den straal van het hemel¬

lichaam voorstelt en de afstand der middelpunten van hemellichaam en aarde gelijk a is,

sin D zzz — of daar D klein is,

D =

a sin 1"

Herleiding van de hoogte van een hemellichaam tot een ander toppunt.

Zooals later zal worden aangetoond geeft iedere hoogte van een hemellichaam met daarbij behoorende aanwijzing tijdmeter en stand, een lijn in de kaart waarop de standplaats van het schip ligt. Twee dergelijke lijnen die elkaar onder een behoorlijken hoek snijden, bepalen dus de standplaats van het schip. Nu kan het echter voorkomen dat twee hoogtewaarnemingen geruimen tijd na elkaar zijn genomen, zoodat het schip, in het tijdsverloop tusschen de waarnemingen belangrijk van plaats veranderd kan zijn. Men kan dan, om de standplaats van het schip op het oogenblik van de

tweeue waarneming te verkrijgen, de eerste hoogte herleiden tot de tweede waarnemingsplaats, d. i. men kan dan, zoo nauwkeurig als dit mogelijk is, berekenen wat de le hoogte geweest zou zijn als déze op de tweede waarnemingsplaats was waargenomen.

Stel bijv. dat T, Fig. 124, het toppunt voorstelt der eerste waarnemingsplaats en dat TA het complement is der eerst waargenomen hoogte. Nu verplaatst men zich zoodanig bijv.

volgens een koers = /_rl 1 , dat het toppunt zich verplaatst

van T naar T'. TT' is dan gelijk aan de verheid v. tusschen de

beide waarnemingsplaatsen. T'A is dan het complement van a< hoogte, zooals die op de tweede waarnemingsplaats zou zijn waar

Sluiten