Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van die Tafels zijn ingericht voor azimuth-bepaling van de zon maar kunnen toch ook gebruikt worden voor andere hemellichamen'

De laf el van Bürdwood geeft het azimuth van de zon voor lederen graad breedte tusschen 30° en 60°, zoowel Noord als Zuid voor declinaties van 0° tot 23°, en om de vier minuten waren tijd' aan boord, van opkomst tot ondergang.

De Tafel van Davis is geheel op dezelfde wijze ingericht, doch bevat de breedten tusschen 30° Noord en 30° Zuid. In beide Tafels wordt voormiddag voorgesteld door de letters A.M (Ante Meridiemï en namiddag door P. M. (Post Meridiem).

Di Tafel van Ebsen (3e druk), eveneens ingericht voor de zon, geett het azimuth voor breedten tusschen 72° Noord en 72° Zuid voor declinaties tot en met 29° en om de tien minuten waren tijd aan boord. J

In de beide eerstgenoemde Tafels is. het azimuth alleen gegeven als de hoogte kleiner is dan 60°, met het oog op het onzekere van de peiling bij grootere hoogten. De Tafel van Ebsen gaat verder en geeft nog azimuthen van hemellichamen die grooter hoogte hebben dan 70°. 6

De drie Tafels geven ook de ware tijden van opkomst en ondergang der zon en den azimuthen op die oogenblikken.

Wil men de Tafels van Bürdwood, van Davis en van Ebsen gebruiken voor andere hemellichamen, dan de zon, dan zoekt men met een Westelijken uurhoek van het hemellichaam in de kolom namiddag.

Is de uurhoek Oostelijk, dah trekt men dien van 12 uur af en zoekt in de kolom voormiddag.

De hemellichamen mogen voor Bürdwood en Davis geen grooter declinatie hebben dan 23°, voor Ebsen geen grooter declinatie dan 29°.

De Tafel van Labrosse geeft gelegenheid om het azimuth te vinden van de zon met de argumenten breedte, poolsafstand en waren tijd op den voormiddag. In deze Tafel zijn de ware tijden berekend voor lederen graad breedte tusschen 61° Noord en Zuid voor poolsafstanden van 67° tot 113° (90°—23°, als b. en d geliiknamig zijn en 90°+23°, als b. en d. ongelijknamig zijn)'en azimuthen om de 2°. Voor een namiddagwaarneming van de zon moet de ware tijd van 12u afgetrokken worden.

De kromme pijltjes in de Tafel verbinden twee voormiddagtijdén waarop het azimuth hetzelfde is; dit kan alleen plaats hebben als de zon tusschen top en pool culmineert.

Wil men deze Tafel gebruiken voor andere hemellichamen dan de zon dan wordt de uurhoek van het hemellichaam die kleiner is dan 12 uur , in ieder geval van 12» afgetrokken om den tijd te vinden waarmede in de Tafel gezocht moet worden.

Na de zonsazimuthtafel van Labrosse vindt men nog eene voortzetting van de Tafel voor hemellichamen wier declinatie liggen tusschen 23° en 30°, met poolsafstanden dus van 60° en 67° en van 113° tot 120°.

De Tafel van Weyer geeft het azimuth voor de argumenten

Sluiten