Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de praktijk is de berekening van den waren tijd van opkomst of ondergang van de zon niet noodig. Men kan dan volstaan met een aanwijzing van de klok op het oogenblik van de peiling. Door op die aanwijzing de gegiste lengte in tijd toe te passen, verkrijgt men den gegisten "W.T.Gr., die voldoende nauwkeurig is, om daarmede de declinatie te corrigeeren.

Wij hebben dus de noodige gegevens, om het ware amplitudo, d.i. het amplitudo, als de ware middelpuntshoogte nul is, te berekenen. Volgens de veronderstelling werd de zon echter gepeild toen zij de kim met haar onderrand raakte, dus toen de Q_ gemeten hoogte nul was. Als de ©_ gem. h. = 0 is, dan is de 0 w. h. = 0 — k. — R. -f p. -f w. 72 m., dus negatief, daar de refractie zeer groot is. Het middelpunt der zon is dus, op het oogenblik van waarneming, beneden den waren horizon, dus b.v. in het punt Sx van haar dagelijksche baan; het loodrechte boogje' £, G stelt dan de negatieve 0 ware hoogte voor en GS is de correctie, die op het ware amplitudo OS moet worden toegepast, om het schijnbare amplitudo, dat gelijk aan'OG is, te verkrijgen.

In ASGSX, die zeer klein is en daarom als plat beschouwd mag worden is: GS=GS1 cotGSS. en daar / GSS, = 90° — /PSN is GS=GSlt9PSN 1 Z"

In APSN is tg PSN= ig NP y sin NS

Na substitutie vindt men dus:

GS=GS1-tl^F sin SN

verbetering = —® w'—' ^ ^_

cos ware amplitudo

Uit de figuur blijkt, dat in dit geval, waarin breedte en declinatie gelijknamig zijn, de verbetering GS bij het ware amplitudo OS moet worden opgeteld, om het schijnbare amplitudo, dat gelijk OG is, te verkrijgen. Zijn daarentegen breedte en declinatie ongelijknamig, dan moet de correctie worden afgetrokken. Deze regel die uit de figuur blijkt, wordt natuurlijk bevestigd, wanneer men'met toepassing van de teekens het vraagstuk volgens de voorgaande formules oplost. Hierbij dient echter in 't oog te worden gehouden dat, als men met de teekens werkt, als dus het negatieve teeken van de 0 w. h. in aanmerking wordt genomen, de correctie zelf ook het negatieve teeken moet hebben, om den bovenstaanden regel te doen doorgaan. Werkt men dus met de teekens, dan wordt de formule:

-verbetering = e w. h. b.

cos ware amplitudo Bij de berekening kan dan bijv. alles, wat Noord is, (+) en alles, wat Zuid is, (—) genomen worden.

Bij het berekenen van de 0 ware hoogte moet men in aan-

Sluiten