Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land van groot nut zijn voor de navigatie, zooals uit het volgende blijkt:

1°. Is men met een onzeker bestek in de nabijheid van land en wn'st de verlengde hoogtelijn AC, Fig. 132, naar een bekend punt A van de kust, dan behoeft men de richting Fig. 132. yan ^e jjjn 8iecnt8 te volgen, om dat punt

in t zicht te loopen en zich te verkennen. Mocht men de voorkeur geven aan een ander punt, bijv. een ankerplaats B, dan trekt men door het punt B een lijn BD evenwijdig aan de hoogtelijn en meet den loodrechten afstand CD tusschen beide lijnen. Men stuurt nu den koers, die door de richting CD wordt aangewezen, totdat de log aangeeft, dat men zich op de lijn BD bevindt. Volgt men dan daarna de lijn BD, dan is men zeker, de plaats B in 't zicht te loopen. Het is duidelijk, dat, als dit zonder gevaar kan geschieden, men ook in plaats van CD te volgen, een anderen willekeurigen koers en een andere

• verheid kan afpassen en afleggen om van AC in BD te komen.

2°. Wanneer de hoogtelijn in de kaart is afgezet en men heeft een bekend punt in 't zicht, dat zal de snijding van peilingslijn en hoogtelijn de plaats van het schip aangeven.

3°. Het snijpunt van de hoogtelijn en een dieptelijn geeft de standplaats van het schip.

IV. HOOGTEPUNT EN HOOGTELIJN.

De ligging van het hoogtepunt kan op de volgende wijze berekend worden:

In Fig. 133 stelt EPQ den aardbol voor, P de Noordpool, G het observatorium te Greenwich en Sie aardsche projectie van een hemellichaam op het oogenblik dat het complement vandeware middelpuntshoogte van het hemellichaam gelijk TS is. De cirkel op aarde is de hoogteparallel, t is de gegiste plaats van den waarnemer en T is het hoogtepunt. Trekt men de meridianen Pt en PS, dan is in den boldrie-

Sluiten