Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer het schip van den waarnemer zich met groote snelheid verplaatst, dan kan die verplaatsing invloed hebben op de grootste gemeten hoogte. Vaart een schip bijv. met een 20 mijls vaart langs een meridiaan, dan verandert de hoogte van een hemellichaam nabij den meridiaan, daardoor in drie minuten tijd 1'. Het hemellichaam zal dus ten gevolge van verplaatsing van het schip nog kunnen rijzen als het den meridiaan reeds gepasseerd is en omgekeerd zal men,' vóór het oogenblik van culminatie reeds daling kunnen waarnemen. Het is duidelijk dat in die gevallen de grootste hoogte niet de meridiaanshoogte is. Circum-meridiaansbreedte is dan te verkiezen boven meridiaansbreedte.

Zonsmeridiaansbreedte of middagsbreedte.

Men zorgt er voor bijtijds, minstens 15 minuten voor den middag) aan dek te zijn, om met den sextant de rijzende beweging van de zon te volgen. Als de zon niet meer rijst, kan de hoogte worden afgelezen en berekent men de breedte door de formule b = d—N.

Voor het corrigeeren van de declinatie heeft men op 0U W.T. slechts de gegiste lengte in tijd toe te passen, om de geg. W.T.Gr. op 't oogenblik van doorgang te vinden. Men moet dan de declinatie van pag. I uit den Naut. Almanac nemen. Heeft men een Almanak, waarin de declinatie alleen op den middelbaren middag te Greenwich is gegeven, dan herleidt men. 0U W.T. eerst door middel van de ongecorrigeerde tijdvereffening tot M.T. en past daarna de gegiste lengte toe.

Voorbeeld.

29 Maart 1883 op 138°2'30" geg. O.L., het oog 5,3 M. b. w. © gem.h. = 59°44' boven het Zuiden, gevraagd de ligging van het breedtepunt.

29 Maart W.T. a/b = 0U 29 Maart OuW.T.Gr.0d. = 3°21'29",4 N. 28 „ „ „ =24" +58//,4X-9,2= — 8'5T\2

geg. O. L. in tijd = 9n12m10s ©d.= 3°12'32",2 N.

28 Maart geg. W.T.Gr. = 14u47m508

29 „ „ W.T.Gr. = -9u,2 © gem. h. = 59°44'

Tafel V verb.= 11',4 b. = d.—N. ®w.h. = 59°55',4 boven'tZ.

d. = + 3°12'32" . W ^ = 30° 4'6 _ .

N. = — 30° 4/36//

b. = + 33°17' 8" of Noord. n A N.b.= 33°17' 8"

Breedtepunt j0 L =13gO ^

Maansmeridiaansbreedte.

Om de breedte door de maansmeridiaanshoogte te vinden, is het noodig, vooraf den tijd van doorgang der maan te berekenen op de wijze, als dit op blz. 261 bij de verklaring van den Naiit. Alm. is' aangegeven. Dit is in de eerste plaats noodig, om te weten, wanneer men met het instrument gereed moet zijn voor de observatie.

Sluiten