Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. 6 Nov. 19 .. op 47°30' geg. N.b. en 25°30' geg. W.L. wordt gevraagd de ware tijd van benedendoorgang van * Ursae Majoris. Op het oogenblik van benedendoorgang is gem. h. « Ursae Majoris = 20°5'. Oog 6 M. boven water. Gevraagd de ligging van het breedtepunt.

6 Nov. *R.O. = 10"57m218 6 Nov. 0U W.T.Gr. W. 0R.O. = 14"48m328

^WeP = 12" 10" X 9i85 = lm39"

R.O. mer. = 22»57-21' W. © R.O. = 14»50-10-

6 Nov. W. © R.0. = 14"48m328 R-O. mer. = 21 57 21

W. ©WeP.= 8U 8m498 (benaderde W.T. W.T. v. ben. doorg. = 8U 7mll8

W.L. in t.= l"42m v. ben. doorg.) 6 Nov. W.T.Gr. = 9°50m498 = 9",85

*gem.h.= 20° 5' N-109°58' Tafel VI = r d- 62°18'5

#w.h.= 19°58' d— bi 18,5

^ F. = 109°58" b.= 47°39/,5N.

„ ,, . I N.b. = 47°39',5 Breedtepunt 25°30'

Breedtepunt en hoogtelijn door poolstershoogte.

De omstandigheden voor breedtepuntberekening zijn het gunstigst Wanneer het azimuth van het waargenomen hemellichaam 0° of 180° is. De poolster « Ursae Minoris heeft een declinatie van ongeveer 88V2°. Deze ster is dus altijd dicht bij den meridiaan en daarom bizonder geschikt voor breedtepuntberekening.

De hoogte van de poolster verschilt met de breedte hoogstens li/2°, d.i. wanneer de ster zich in den meridiaan bevindt. Als

ae ster met 111 ucii iuraiuiaou

Fig. 137.

staat, is het verschil natuurlijk kleiner.

Op de volgende wijze kan eene correctie berekend worden, die op de stershoogte toegepast, deze gelijk maakt aan de breedte van het breedtepunt.

In Fig. 137 is S de aardsche projectie van de poolster, P de Noordpool der aarde, t de gegiste plaats; de kleine cirkel is de hoogteparallel en T het breedtepunt.

Laat men uit S een loodrechten boog SA neer op den meridiaan, dan is PT= 90° — 6 = AP 4- AT.

Sluiten