Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In ATTjS is TS=tg}TT1SXTT1

A b = toTX^L. cos 6 of AL. = —f^5-^ y ^ cosbtgT

Uit deze formule blijkt, dat bij een fout in de gegiste breedte Ao, het verschil tusschen de lengte van het lengtepunt en de ware lengte nul is als T=90°, dus tgTz=<x> en dat het verschil grooter wordt naarmate het hemellichaam verder van den len verticaal is.

Het verschil AL. wordt oneindig groot als T=0° waardoor ook tg T= 0°. Bovendien blijkt nog dat A L. bij een zeker azimuth grooter wordt naarmate men zich op hooger breedte bevindt.

Ook uit deze formule volgt dus, dat naarmate het azimuth van een hemellichaam dichter bij 90° is, het geschikter is, om daarmede met behulp van een gegiste breedte de ligging van het lengtepunt te berekenen. Kon men een hoogte nemen, als men zekerheid heeft, dat het azimuth juist 90° is, dan zou men de lengte van de standplaats van den waarnemer onafhankelijk van de breedte kunnen berekenen.

Tafel XL1II geeft den uurhoek en de hoogte tijdens de gunstigste omstandigheden voor .de tijdsbepaling of lengtepuntberekening, dus als het hemellichaam in den eersten verticaal is, natuurlijk slechts voor het geval, dat breedte en declinatie gelijknamig zijn, want, zn'n breedte en declinatie ongelijknamig, dan zal het azimuth het dichtst bij 90° zijn, als het hemellichaam boven den horizon komt.

De hoogte voor tij ds-

Fig. 139.

tg d

bepaling of lengte¬

puntberekening moet dan genomen worden, als het hemellichaam zoo hoog boven de kim is, dat de refractie niet te veel invloed meer heeft, d. i. bij een hoogte van minstens 5° of 6°. De formules, volgens welke Tafel XLIII berekend is, vindt men als volgt uit de figuur:

Zij S, Fig. 139, een hemellichaam in den eersten verticaal, dan is in ATPS, die rechthoekig is in T:

sind

cosP=tgTPcotPS=f-T en cosPS=cosTPcosTS of sinh= — tg 0 sin b

Sluiten