Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m SE

In ASESa waarin /_S2SE= het azimuth 7', is cos T— of

m AA , A A

cos I = —rr en A 0 — —=. A 0 cos l

Uit deze formule blijkt eveneens, dat een kleine fout in de hoogte den minsten invloed op de breedte van het breedtepunt heeft als het hemellichaam in den meridiaan is.

De invloed van een fout in de declinatie op de breedte van het breedtepunt kan, als niet van belang, buiten beschouwing blijven.

IX. TAFEL XII VAN HAVERKAMP.

Volgens het behandelde op blz. 295 is —cotT=(A-+B)cosb

waarin A = ~rv en B = *f Deze waarde van cot T gesubstitg F sm F

tueerd in de op blz. 355 gevonden formule A L. = -—T A b geeft

cosb

-AL. = (^ + £)Ai.

Voor verschillende waarden van P, b en d, zijn in Tafel XII de waarden van A en B berekend en daarmede de invloed van 1' fout in breedte op de lengte, waarbij op de volgende regels gelet moet worden:

Zijn breedte en declinatie gelijknamig, neem A—B. * » » % ongelijknamig, „ AA-B. Neem —A—B als P>6U. Is (A'ArB) positief, dan geeft hoogere breedte Oost ) Vóór den „ (A—B) negatief, B „ „ „ West ) doorgang.

„ (A-+B) positief, „ „ „ „ West ) Na den

» (A—B) negatief , „ „ „ „ Oost ) doorgang.

De volgende beschouwing zal doen zien, hoe men tot deze regels kan komen.

In Fig. 143 is S de aardsche projectie van de zon. De cirkel stelt de hoogteparallel voor, met het complement der ^ ware hoogte SA beschreven. EQ is een deel der aardsche equator en P de pool der aarde, zoodat voor alle waarnemers op de hoogteparallel breedte en declinatie gelijknamig zijn. Het pijltje stelt de richting voor waarin de aardsche projectie zich ten gevolge van de schijnbare dagelijksche beweging der hemellichamen verplaatst. Voor alle waarnemers op den halven cirkel BAD is het namiddag, want die hebben de zon al in den meridiaan gehad. Voor alle waarnemers op den halven cirkel BCD is het voormiddag, want die moeten de zon nog in den meridiaan krijgen. In de punten A en C wordt de zon in den eersten verticaal gezien. In dit geval heeft, zooals bekend is, een kleine fout in breedte geen invloed op de lengte. Fig. 143 doet zien dat die fout niet grooter mag zijn dan het stuk van den rakenden meridiaan dat nog als samenvallend met de hoogteparallel beschouwd mag worden.

Sluiten