Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alsof men op de 2* waarnemingsplaats gelijktijdige hoogtewaarnemingen had gedaan.

Bij de gewijzigde methode Sumner is het logisch beginsel toegepast, om het breedtepunt te berekenen met de beste lengte en het lengtepunt met de beste breedte waarover men kan beschikken. Dit zelfde beginsel ook bij de methode Saint-Hilaire huldigend, ligt het voor de hand dat het aanbeveling verdient om het i hoogteverschil en azimuth te berekenen met b. en L van het V hoogtepunt, (bij verzeiling herleid tot de 2e waarnemingsplaats), m.a.w. om het le hoogtepunt, zoo noodig tot de 2' waarnemingsplaats herleid, als de gegiste plaats aan te nemen voor de berekening van het 2e hoogteverschil en azimuth. Men heeft dan bovendien het voordeel dat bij volledige berekening de eindbecntenng korter en eenvoudiger is.

Het behoeft overigens geen betoog, dat het bepalen der standplaats door gedeeltelijke constructie in de kaart , d.i. door het construeeren van het snijpunt der hoogtelijnen belangrijk korter en eenvoudiger is dan de volledige berekening.

Aangezien de kaart aan boord niet altijd onder ieders bereik is werd door den Luitenant ter zee Gr. L. Goedhart, een kaartnet met schaal ontworpen, waarmede op zeer eenvoudige en gemakkelijke wijze de plaats van het schip zonder constructie bepaald kan worden, nadat de beide hoogteverschillen en azimuths berekend zgn De uitelaande platen achter in dit boek, geven het model van het kaartnet met schaal dat, op karton geplakt, verkrijgbaar is bij den uitgever C. de Boer Jr. te Nieuwe Diep. J In „De plaatsbepaling op zee door hoogtelijnen", door M C van Hoorn, komt het volgende voor over dit kaartnet met schaalde hjn ab is m gelijke deelen verdeeld, die de grootte der equatorminuten voorstellen. In het punt b is een loodlijn op ab opgericht en de schuine lijnen, die in het punt a convergeeren, maken de hoeken met ab, die door de cijfers langs de loodlijn worden aangegeven. Elke schuine hjn wordt wed!r in gelijke deelen verdeeld door de loodlijnen, die uit alle deelpunten van ab worden opgericht.

Daar nu op zulk een schuine hjn één verdeeling gelijk is aan de equatorminuut vermenigvuldigd met den secans van den hoek dierl zulk een schuine hjn met ab maakt, geeft iedere schuine lijn de grootte der breedteminuten voor de breedte, die gelijk is aan het aantal graden, waarmede de schuine hjn is gemerkt (zie blz. 12) Jtten heeft dus een constante equator- of lengteminuut, terwijl de woeden!111 ^ n°°dig heeft> dadel9k k™ gevonden

Het kaartnet bevat eene in graden verdeelde kompasroos om het afpassen van richtingen zonder graadboog gemakkelijk te maken. Voorts stellen de rechte evenwijdige lijnen meridianen voor, die

rm«l^"vm-mU?n *5 Setr°kken en diénen om breedteverschillen gemakkelijk m de goede richting af te passen.

Neemt men nu het middelpunt der kompasroos als de gegiste

Sluiten