Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stand moet nu nog herleid worden tot 0U M. T. Gr. van den datum van waarneming. Dit geschiedt met behulp van den nieuwen gang op gelijke wijze als in de voorbeelden op de vorige bladzijden. Om den nieuwen gang te vinden wordt het verschil tusschen den nieuwen en den vorigen stand gedeeld door het aantal dagen en deelen van een dag, dat er verloopen is tusschen de tijdstippen waarop de beide standen werden bepaald.

De berekening van den stand kan korter geschieden door -met het gemiddelde der hoogten den uurhoek te berekenen en op den M.T.Gr. het gemiddelde der aanwijzingen tijdmeter toe te passen. Het is echter beter om, zooals in het voorbeeld, den stand voor elke hoogte afzonderlijk te berekenen; is er dan een stand die veel met de overigen verschilt, dan middelt men die niet mede, daar deze dan berekend is met een hoogte die waarschijnlijk minder nauwkeurig was dan de anderen.

HET VERBETEREN VAN DEN STAND EN GANG EENS TIJDMETERS IN ZEE, DOOR ZONSHOOGTE EN PEILING.

Als men zeker is van breedte en lengte der standplaats van het schip bijv. door een kruispeiling onder gunstige omstandigheden, dan zal men, door middel van een zonshoogte, een uurhoek en daardoor den M.T. a/b kunnen berekenen. De bekende lengte op den M.T. a/b toegepast, geeft den M. T. Greenwich op het oogenblik van de waarneming. Heeft men voor dat oogenblik ook een aanwijzing tijdmeter, dan is de stand van den tijdmeter bekend. De aldus gevonden stand, vergeleken met den stand, die bepaald werd, voor dat men naar zee ging, geeft het verloop in een bekend aantal dagen, dus ook den gang. De op deze wnze verbeterde gang, zal veelal wat verschillen met den gang, die voor het naar zee gaan werd vastgesteld.

Wanneer op een gegeven oogenblik een bekend punt rechtwijzend Noord of Zuid gepeild wordt, en de omstandigheden voor tijdsbepaling zijn gunstig, zoodat een fout in breedte niet veel invloed heeft op den tgd, dan kan de stand en gang van den tijdmeter met behulp van een zonshoogte en de bekende lengte van het gepeilde punt bepaald worden. Zijn bij dat geval de omstandigheden voor tijdsbepaling niet bizonder gunstig, dan dient men voorzichtig te zijn met het aannemen van den nieuwen gang.

Voorbeeld. 12 Juni 1914, op 33°12' N.b., het oog 8 M. b. w.

is, te 8u45m geg. W.T.a/b bij aanw. tijdm. = 8°30m25s, de Q_ gem. h. = 46°5', terwijl de Westpunt van Madeira rechtw. Zuid wordt gepeild.

1 Juni 1914, te 0" M.T.Gr. was de stand van den tijdmeter = =4-lu23m258 en de gang=—2",5. Gevraagd de stand tot M. T. Greenwich en de verbeterde gang te 0" M. T. Gr.

L. Westpunt Madeira=17°17'W.

Sluiten