Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWAALFDE AFDEELING.

WATERGETIJDEN.

De zee en de wateren die er in uitloopen, dus ook de rivieren tot eenigen afstand van de zee, rijzen en dalen ten gevolge van een, hoofdzakelijk.door den invloed der maan, ongeveer twee maal daags terugkomende en weer verdwijnende vloedgolf, zoodat men in den regel m een maansdag, d.i. in ongeveer 24"52m twee maal een hoogsten en twee maal een laagsten stand heeft.

De hoogste stand van het water wordt hoog water, de laagste laag water genoemd. De benaming vloed duidt het stijgen, eb het dalen van het water aan, terwijl de overgang van de eene in de andere beweging stil water heet.

Over het algemeen gaat de genoemde rijzing en daling van het water gepaard met een regelmatig afwisselende strooming in de eene of andere richting, vloed- en ebstroom genoemd. De overgang van de eene stroom in de andere, noemt men de kentering.

Het oogenblik van stil water valt veelal niet samen met dat van de kentering van het getij.

De vloedstroom loopt somtijds nog door, ofschoon het water reeds dalende is en evenzoo de ebstroom niettegenstaande het rijzen van het water reeds begonnen is.

Deze verschijnselen ontstaan door het verschil in vermogen •waarmede de maan en de zon de verschillende deelen der aarde aantrekken, naar gelang van den afstand, waarop die deelen op hetzelfde oogenblik van de genoemde hemellichamen verwijderd zijn m verband met de beweging van de aarde en die van de maan. '

4 er verklaring van het ontstaan der vloedgolven door de werking van de maan, zal eerst het volgende worden aangetoond: ' De middelpuntvliedende kracht, ontstaande door het wentelen van de aarde en de maan om het gemeenschappelijk zwaartepunt van het stelsel aarde-maan, is voor alle punten der aarde gelijk.

De massa's van aarde en maan verhouden zich ongeveer als 81 tot l dus als A, Fig. 154 het middelpunt is der aarde en M het middelpunt der maan, dan ligt het gemeenschappelijk zwaartepunt Z van het stelsel aarde-maan op een afstand AZ van het punt A, die

gelijk is aan ^ZM, of AZ=± AM. Daar de straal der aarde

gelijk is aan AM, valt het gemeenschappelijk zwaartepunt van het stelsel aarde-maan dus binnen het oppervlak van de aarde

He maan houdt bij hare wenteling om het gemeenschappelijk zwaartepunt altijd haar zelfde zijde naar de aarde gekeerd, zoodat zij m een siderischen omloopstijd eenmaal om een as wentelt. Bij de

Sluiten