Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de aarde waar de oorspronkelijke vloedgolf zich vrij van Oost

Hat Sn ^ iktD b6Wegen' d' in de zuiWke oceanen

is dat dan ook vrij wel het geval. Doch de groote vaste landen verhinderen de vloedgolf, zich vrij te vormen en te vTpien Komt de oorspronkelijk* vloedgolf voor de ingangen van nauwere zeeën dan vormen zich secundaire vloedgolven die zich in de S tmg dier zeeën verplaatsen met een snelheid die ook afhankelfik is van de diepte. Slaan de vloedgolven tegen een kust, ln worden zij teruggeworpen. Het een en ander is oorzaak dat op verreweg

later valt dan het oogenblik van maansdoorgang.

Het verval. Ten einde het verval van het water aan te duiden zijn de volgende uitdrukkingen gebruikelijk- ' '

Rijzing of daling bij springtij, Eng. Spring rise or spring range is de rijzing van L.W. tot H.W. of de daling van H.W. tot L W bg spnngtn. '

Rijzing bij doodtij, Eng. Neap rise, is de rijzing van" hét water bij doodtij boven het L.W. peil bij springtij.

L.W bf dïd^' EDg* ^ raDge' 18 de daliDg Van RW- tot

me!kVSraF°17. het öetij- °P V6le Plaatsen heeft men opgemerkt dat de vloed die waargenomen wordt haar ontstaan te danken

schfnsTdrn Trkmg dit Vr°eger °nt8t0nd; men ^ ver"

schijnsel de vertraging en het aantal uren van de vertraging den

ouderdom van den vloed of het getij. Door langdurig? waarnehee\men ° a"/e™>den dat de bedoelde vertraging>Z-

te BreWTfi» ^ °P t ™n FrankrÜk omstreeks 41",

te Brest 36», te Rymouth 60°, te Portsmouth 49", bij London Bridge 59 , te Liverpool 37°. Op onze kusten bedraagt de ver£7ï8- miQ1stens..172U> «och meer Noordelijk op de Sten van Holstein, Sleeswijk en Jutland bedraagt zij ongev. 37». yZ daar dat op sommige plaatsen de springvloed meestal 2 a 3 dagen na %uwe maan plaats heeft, indienml. geen krachtige winden belangrijke stoornis » het verloop der getijden gebracht hebben

De getijstroomen. Wanneer het water van een vloedgolf nauwten kanalen of straten en ondiepten ontmoet, geraakt het diriJMn s rooming. Men noemt de stroom die hoogwater brengt vloeÏÏtroom die welke laagwater brengt ebstroom. Dicht onder de kust enTn birvanTndert d? 8troorarichting gewoonlijk kort na het oogen"

zeeboezem.heVrf g ^ In V°"e ™ CD °°k in Wns of zeeboezems heeft de overgang van vloedstroom en ebstroom plaats

geheefonLurTmf6 kngzamerhand -inder wordt, tot deXom t^at™e\7jT& m tegeng68telde Achting langzamerhand

ove^aï/tïf kU8t6n ï°mt het echter dik™JIs voor ^t die strooïTl^L h6t getlJ dus, geschiedt doordat de

stroom gestadig van richting verandert. Zoo draait in het Kanaal

Sluiten