Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als de voornaamste van deze denkbeeldige hemellichamen, die alle met verschillende doch eenparige snelheden om de aarde wentelen, kunnen beschouwd worden, die waarvan de getijden worden aangeduid door M2 en S2. De denkbeeldige hemellichamen M9 en b2 bewegen zich met eenparige snelheden in den equator, hebben dus 0 declinatie en blijven daarbij op standvastige afstanden van de aarde. De omloopstijd van M2 is gelijk aan die van de maan om de aarde. De omloopstijd van S2 is gelijk aan den tijd dien de zon noodig heeft om schijnbaar eenmaal om de aarde te wentelen. M2 kan dus een denkbeeldige maan, 89 een denkbeeldige zon genoemd worden. Al die denkbeeldige hemellichamen vormen hun eigen getijden, vormen hun eigen waterellipsoïden, waarvan de groote assen op de getij verwekkende hemellichamen gericht blijven Door de draaiing van de aarde om haar as, in verband met de wenteling der denkbeeldige hemellichamen om de aarde, verplaatsen de waterelhpsoïden zich over de aarde.

De getijden door M2 en S2 gevormd zijn de belangrijkste en die welke gevormd worden door de overige denkbeeldige hemellichamen zijn, als het ware, de waterellipsoïden die corrigeerend optreden voor de declinatieveranderingen van maan en zon en voor de veranderingen m afstand en omloopssnelheid van die hemellichamen als gevolg van hunne elliptische banen om de aarde.

De invloed van de plaatselijke gesteldheid, van de verdeeling dus van land en water, van meer of minder diepte, beloop van de kustlijn, wordt voor ieder getij afzonderlijk als standvastig aangenomen en vindt zijn uitdrukking in het zoogenaamde kappagetal, één van de beide getijconstanten. Voor iedere plaats en voor ieder getij afzonderlijk moeten deze kappagetallen bepaald worden. De andere getijconstante is het amplitudo van het getij dat eveneens voor beschouw^8 Gn V°°r getÖ af20nderllJk' als standvastig wordt Voor de berekening van deze beide getijconstanten uit peilschaalwaarnemingen raadplege men: P. J. Smits, „Harmonische analyse der watergetijden", of P. van der Zee, „Watergetijden". In Tafel VI van laatstgenoemd werk vindt men de getij constanten van vele plaatsen m Nederland, den Oost-Indischen Archipel, Engelsch Kanaal en Noordzee, kustplaatsen aan de Atlantische-, Indische- en Wroote Oceanen.

Tafel Xin van de „Hydrographische Tafelen" uitgegeven door het Departement van Marine en samengesteld door J. M Phapf geeft de getij constanten van eenige plaatsen in Nederland en van vele plaatsen m den Oost-Indischen Archipel.

Ta?-liLï vim Haverkamp geeft eveneens de getij constanten van verschillende plaatsen.

Wil men nu op een bepaalde plaats op zekeren datum den tijd van li. W en den waterstand berekenen, dan moet worden nagegaan '£LTik .W*1*' °P die Plaats, in verband met de plaatselijke gesteldheid, uitgedrukt m de kappagetallen, de resultante der verschillende getijden den hoogsten waterstand geeft.

Sluiten