Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getijden M2 en S2 dikwijls klein en vervullen Kx en Ö een hoofdrol; op de meeste plaatsen evenwel is er strijd om den voorrang tusschen M2 en S2 aan de eene zijde en Kx en 0 aan de andere. Daar heeft men dan een gemengd getij. Voor ruwe berekening is het voldoende te werken met de getijden M2, S2, K en O Wordt grooter nauwkeurigheid vereischt, dan kan n'og rekening worden gehouden met de getijden N, K2 en P.

Zooals vroeger reeds werd gezegd wordt bij de hier behandelde methode van getij voorspelling uitgegaan van de veronderstelling dat ieder partieel getij wordt opgewekt door.een denkbeeldig hemellichaam. Was de aarde geheel omringd door een laag water van overal dezelfde diepte en bestond er geen wrijving tusschen de waterdeeltjes onderling, dan zou de richting van het denkbeeldige hemellichaam steeds worden aangegeven door de groote as van de waterelhpsoïde door dat hemellichaam opgewekt en zou het betrekkelijk getij altijd H.W. geven op het oogenblik van meridiaansdoorgang van het denkbeeldige hemellichaam. In werkelijkheid is dit echter niet het geval. Door de ongelijke diepte van het water en door de verdeeling van land en water, blijft het getij altiid achter op het denkbeeldige hemellichaam. Het bedrag van deze verachtermg, of het verschil tusschen doorgangstijd van het denkbeeldig hemellichaam en het oogenblik van H.W. is een grootheid die voor elk getij constant blijft en kappagetal (K) genoemd wordt.

Het kappagetal van een getij is de tijd die er na den doorgang van het denkbeeldige hemellichaam door den meridiaan van een plaats nog verloopt, voordat het getij op die plaats H.W. geeft.

Dit kappagetal dat groote overeenkomst vertoont met 'het maansverloop zie blz. 406 wordt evenals de getijperiode in graden uitgedrukt. °

Ieder getij heeft zijn eigen kappagetal, amplitudo en astronomisch argument, welke gegevens voor een groot aantal plaatsen zijn opgenomen in de tafels. Wil men het resulteerende getij der zeven genoemde getijden op een bepaalde plaats en voor een bepaalden datum berekenen, dan gaat men als volgt te werk:

Men noteert de astronomische argumenten der partiele getijden op den 1« Januari voor den. meridiaan van Greenwich, corrigeert die op de bekende wijze voor de lengte der plaats en voor den datum en voegt bij de uitkomsten de bijbehoorende kappagetallen. De som (KA-V) geeft dan voor elk getij den tijd van H W. uitgedrukt in graden der getijperiode en met behulp van de tafels vindt men daaruit de tijden van H.W. voor elk partieel getij

Wanneer de kappagetallen genomen worden uit Tafel LI van Haverkamp , behoeven de astronomische argumenten niet voor de tenate o^i.^COr?"^ ^ ^ C°rreCÜeS in de kaPl>agetallen zijn

Jïï^™? wmrh™\ie letors der getijden staan, vult men met dikke cijfers, achter het uur van H W., de amplituden in en verder de waterstanden 1-, 2», 3» enz. voor en na de tijden van HW ■

Sluiten