Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ting de eerste handelspolitieke stappen van Nederland zouden gaan; evenals vroeger gaven de belangen van handel en scheepvaart in het noorden nog den toon aan en het was slechts de vraag, in hoever de daaruit voortvloeiende liberale handelspolitiek door de afwijkende belangen van het zuiden zou worden vervormd. De korte duur van de verbintenis tusschen Noord en Zuid maakte het toen echter nog nauwelijks aan het zuidelijk deel der monarchie mogelijk de eigen economische belangen voldoende kenbaar te maken. Daar kwam bij, dat wij ons moeilijk konden onttrekken aan den algemeenen drang naar een vrijeren handel, die na den val van Napoleon zich op het Europeesche vasteland manifesteerde, in Pruisen, in Frankrijk, in Rusland, ja zelfs daarbuiten, in de Noord-Amerikaansche Republiek. In deze matiging op het gebied der commerciëele politiek was de invloed van Engeland te zien, dat, als overwinnaar van Napoleon, thans de buitenlandsche markten voor zijn producten wist open te houden. Wat Engeland van andere staten verkreeg, kon Nederland het zeker niet weigeren. Ons handelspolitiek kompas liep naar Engelands kant, aangetrokken door de onderlinge oude handelsrelaties en de machtige plaats, die deze staat in de wereldhuishouding thans innam. Bovendien, hoevele waren niet de banden, die ons in dezen tijd ook op ander gebied met Engeland verbonden, persoonlijke zoowel als zakelijke. Over het verkregene bij het tractaat van 13 Augustus 1814 was bij geregeerden en regeering, met uitzondering van Van Nagell, nauwelijks ontstemming jegens Engeland aanwezig; meende Falck niet een gelukwensen bij de onderteekening ervan te mogen uitspreken? De regeering was de overtuiging toegedaan, dat onze belangen met een nauwe aansluiting aan dien staat het best waren gediend. Nog in 1817 schrijft Goernichoff aan Alexander I van Rusland: „le royaume des Pays-Bas ne saurait être regardé que comme une province de l'Angleterre" En wordt Willem I in zijn eigen land niet le préfet de l'Angleterre genoemd?

Orienteering dus naar de zijde van Engeland was de leus na 1813. Dat beteekende niet, dat reeds dadelijk aan handelspolitieke toenadering door middel van een handelstractaat werd gedacht. Veel verder dan de vage wensch, die door de Rotterdamsche Ka-

l) Colenbrander, Gedenkstukken, VIII, no. 723.

Sluiten