Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frankrijk was een uitvloeisel van deze zienswijze Maar aan dezen hervormingsarbeid van Pitt kwam door den wereldoorlog een einde. Aan handelsverdragen kon niet meer worden gedacht en de financieele moeilijkheden veroorloofden niet een vermindering van de inkomende rechten in overweging te nemen. Zoowel in als na den oorlog werden met name de belangen van de grondbezitters behartigd en de jaren tusschen 1815 en 1828 vormden voor deze klasse van de Engelsche bevolking een periode van zeer sterke bescherming, daar het toen mogelijk was den invoer van graan bij een gegeven stand der prijzen te verbieden. Binnen de tien jaar na het eindigen van de Napoleontische oorlogen nam echter Huskisson het oude werk van Pitt weer op en trachtte in het bijzonder voor de nijverheid, de scheepvaart en de koloniën het oude systeem te hervormen. In de tusschenliggende jaren hacLde Engelsche handelspolitiek weinig toenadering tot anderen gezocht; eerst toen de invloed van Huskisson zich deed gelden, dus in het begin van het derde decennium, is men zoowel aan Britsche als aan Nederlandsche zijde ernstig aan een verdrag gaan denken. In dien tusschentijd zijn er eenige moeilijkheden tusschen de beide staten geweest, te voorschij n geroepen door de geringe neiging, die van Engelsche zijde bestond met de Nederlandsche belangen rekening te houden.

Vóór het optreden van Huskisson was een van de maatregelen, Eentehandei»die het meest voor Nederland nadeelig waren, de verhooging der a^hede^met invoerrechten op boter en kaas, die in 1816 aan Engelsche zijde Engeland, ten behoeve van de zoogenaamde landed intrest werd ingevoerd. Vooral Ierland, waar de toestand der boeren slecht was, wenschte deze.

Reeds op 16 Februari 1816 waarschuwde de Nederlandsche consul-generaal te Londen, May, van Nagell omtrent de plannen van de Engelsche regeering, in wier bedoeling het lag het invoerrecht op boter tot 20 sh. per centenaar te verhoogen Een groot belang stond voor ons hier op het spel, omdat de boteruitvoer naar Engeland in die dagen reeds een grooten omvang had. In een schrijven van den president der Kamer van Koophandel te Amsterdam, Severijn, uit denzelfden tijd') aan van Nagell

') No. 16. 2) No 17.

Sluiten