Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan onze zijde zou betrachten. Op 30 April 1818 kreeg daarna de zaak in Engeland haar beslag en werden de rechten op boter vastgesteld, gedifferentieerd naarmate ze met een Engelsen dan wel met een vreemd schip werd aangebracht. Voor de kaas werd een soortgelijke wijziging in het bestaande tarief aangebracht.

Wat is hiertegen aan onze zijde gedaan ? De Gedeputeerde Staten van Friesland hadden zich reeds bij adres van 4 Maart 1816 tot den koning gewend, ten einde de nadeelige gevolgen van de dreigende verhooging in het licht te stellen. Om advies hierover gevraagd, heeft Goldberg, de toenmalige directeur-generaal van Koophandel en Koloniën, in zijn rapport aan den koning erop gewezen, dat de Engelsche maatregelen van tweeërlei aard waren 1). Ook al zou men het belang der Iersche landeigenaars kunnen erkennen, zoo was een onderscheiding van de Nederlandsche producten, naarmate zij in Nederlandsche of in Engelsche schepen werden aangevoerd, niet te motiveeren. Al was het bovendien mogelijk, dat de invoer van Nederlandsche boter niet geheel zou ophouden en ook de Engelsche verbruikers den last der verhoogde rechten zouden gevoelen, dit nam het nadeel voor denNederlandschen handel niet weg, en de Nederlandsche grondeigenaar zou „aanmerkelijk in zijn bestaan en welvaart benadeeld worden". Ten aanzien van de kaas waren de rechten nog drukkender, omdat zij daarop bijna als prohibitiën zouden werken. Een spoedige hulp voor landbouw en reederij was dus noodig, en de betreffende maatregelen zouden evenals de Engelsche van tweeërlei aard behooren te zijn. Hij stelde daarom voor, den uitvoer van de twee artikelen vrij te stellen van uitvoerrechten. Wel zou dit verhes yoor de schatkist opleveren, maar dit zou goed te maken zijn door eveneens tusschen eigen en vreemde schepen onderscheid te maken.

Daar het door het Engelsche gouvernement gemaakte onderscheid neerkwam op / 3. — per 100 u voor de boter en op / 1.10 voor de kaas, zou dit onderscheid ook voor den uitvoer in Nederlandsche of vreemde schepen kunnen worden aangenomen. Daar Nederland echter voor zijn boter nieuwe débouchés moest zoeken, zou het kunnen gebeuren, dat men bij andere mogendheden soortgelijke belemmerende maatregelen te voorschijn zou roepen,

l) No. 19.

Sluiten