Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waardoor het nadeel nog grooter zou worden. Daarom verdiende het volgens Goldberg van handelspohtiek standpunt aanbeveling alleen ten aanzien van dien staat, die door eigen maatregelen provoceerend was opgetreden, het voorgestelde differentieele recht te heffen. Al zou het verlies voor de schatkist hierdoor waarschijnlijk niet geheel worden vergoed, eenige tegemoetkoming werd althans ontvangen en het ontbrekende zou misschien kunnen worden gevonden door een verhooging van inkomende rechten „op het een of ander der Britsche producten".

Aan Goldberg heeft het dus niet gelegen, dat de zaken niet zijn verscherpt en geen handelspohtiek conflict tusschen beide staten is uitgebroken. Van Nagell heeft echter zijne handteekening onder dit stuk geweigerd, daar het onmiddelhjk represaillemaatregelen van Britsche zijde zou hebben uitgelokt. Op deze mogelijkheid werd door May reeds in een schrijven aan Van Nagell van 14 Mei 1816 gewezenl), waarin hij berichtte te hebben vernomen, dat de Iersche koopheden er zich van verzekerd hielden, dat zij, indien in Nederland de uitvoerrechten op boter en kaas werden opgeheven, van den minister de belofte hadden, dat het beloop van die rechten „direct in additie" op de boter en kaas in Engeland zou worden gelegd. Zoo was het de Nederlandsche regeering duidelijk, dat elke stap, die zij in antwoord van de Engelsche maatregelen zou doen, tot soortgelijke retorsiemaatregelen in Engeland aanleiding zou geven. Zij heeft derhalve besloten de zaak te laten rusten.

Afgezien van het jaar 1817, toen een nieuwe verhooging der rechten op boter en kaas in het bijzonder weer van Iersche zijde werd verlangd, heeft eerst in 1822 de mogelijkheid van een conflict opnieuw gedreigd. Ook toen werd immers weer over een verhooging van de genoemde rechten gesproken!), zeer tot van Nagell's verbazing, die niet wist, hoe hij nieuwe verzwaringen op den invoer met de pas verkondigde beginselen over een vnjeren handel in Engeland in overeenstemming moest brengen; hij dreigde al dadelijk met „mesures analogues" van Nederlandsche zijde •), en, voegde hij er in zijn schrijven van 26 Maart aan Fagel aan toe, een dergehjke maatregel, van Engelsche zijde genomen, zou hier

i) No. 20. «) No. 22. *) No. 23

Sluiten