Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te lande nog zoozeer impopulair zijn, dat allen, die het met de vriendschappelijke relaties tusschen de beide staten wel meenden, moesten wenschen, dat de Engelsche regeering dit plan uit het hoofd zou zetten. Zoo is ook geschied; een voorstel tot een verhooging is, na afwijzing hiervan door Robinson, den voorzitter van den Board of Trade door het Lagerhuis, verworpen *).

De andere wijzigingen, die de Engelsche regeering in deze periode in de tarieven heeft ingevoerd, zijn van minder belang geweest; noch de verhooging van het invoerrecht op de jenever, noch die op het raapzaad hebben tot wrijving aanleiding gegeven.

Indien men de handelspolitiek van Nederland in dezen tijd wil Karakter der karakteriseeren, kan worden opgemerkt: negatief dat geen pro- h^ndelspeii-11' hibitief systeem werd nagestreefd, positief, dat de tariefposten tiek. hier en daar wel een gematigd beschermend karakter droegen, maar de invoerrechten, in vergelijking met de tarieven in de overige Europeesche staten, betrekkelijk liberaal mochten worden genoemd. Het behoeft dan ook volstrekt niet te verwonderen, dat de regeering volkomen te goeder trouw overtuigd was den vrijen handel te hebben toegelaten. Wees het Souverein Besluit van 2 Maart 1814*) niet op „het door Ons.... aangenomen systhema eens vrijen handels" ? Dat de regeering ten opzichte van die vrijheid niet zoo ver ging als de tegenwoordige vrijhandelsbeginselen zouden meebrengen, is niet te verwonderen; bijkans de geheele wereld was in het begin der negentiende eeuw, met uitzondering van een korte periode, waarvan het jaar 1816 het middenpunt was, van sterk protectionistische of prohibitieve neigingen doortrokken. Wil men het Nederlandsche systeem uit dezen tijd typeeren, dat kan men het niet beter doen dan het als een overgangsstelsel naar dat van het vrijhandelsstelsel van 1850 en later te beschouwen.

In dit systeem behoorde het wederkeerigheidsbeginsel thuis, krachtens hetwelk aan het buitenland dezelfde voordeelen werden beloofd, die men daar zou genieten. Dat de toevoeging van een of ander retorsiemiddel ingeval van ongelijke behandeling in dit systeem voorkwam, was niet meer dan natuurlijk; toepassing hiervan werd niet als een wenschelijke handeling beschouwd,

M No 25.

*) Stbl. no. 32

Sluiten