Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na, dien het nieuwe systeem van 1822 op onze internationale handelspolitieke betrekkingen heeft gehad, dan kan men zich niet aan den indruk onttrekken, dat het de toenadering tot andere staten ernstig heeft belemmerd. Dit geldt minder nog van het voeren van het retorsiewapen, waarvoor toch altijd nog een rechtvaardiging in de handelspoUtieke gedragingen der tegenpartij te vinden was — men denke aan Zweden en Frankrijk — maar vooral de instelling der differentieele scheepsrechten. Deze hebben in tal van gevallen óf verwijdering gebracht waar samenwerking had moeten komen, óf toenadering verhinderd.

In de onderhandelingen over een handelstractaat, die wij met Engeland in 1824 en volgende jaren hebben gevoerd, was het zonder twijfel de differentieele heffing der scheepvaartrechten, die ons in den weg stond; hetzelfde geldt voor de onderhandelingen met de Vereenigde Staten. Tegenover de Engelsche voorstellen trad deze regeling telkens hinderend in den weg; wij hielden star vast aan datgeen, wat wij ruim tien jaar later, in 1837, bij verdrag bereid waren op te geven. En wat op internationaal gebied een hinderpaal was, bleek voor de behartiging der nationale belangen van weinig gewicht. Steeg immers de tonnemaat der Nederlandsche schepen, in Nederlandsche havens ingeklaard, van 1824 tot 1836 met slechts 27 %, die onder vreemde vlag vermeerderde met 45 %, en dat trots de mindere begunstiging. Een mislukking is het systeem dus geweest. Indien wij in 1822 niet onder den invloed van de protectionistische maatregelen van het buitenland deze politiek hadden aanvaard, dan zouden de internationale banden nauwer zijn toegehaald en wij eerder uit ons handelspolitiek isolement zijn getreden.

De wetgeving van het jaar 1822 heeft echter nog in ander opzicht bescherming ingevoerd; zij heeft tal van invoerrechten verhoogd, en ook aldus het economisch leven van Nederland aan buitenlandsche invloeden willen onttrekken. Ik laat nu daar, wat hiervan de dieper liggende oorzaak is geweest; zeker heeft het Zuiden hierop grooten invloed gehad. Maar van groot gewicht is deze algemeene protectionistische gedachte ook geweest voor de mislukking van de Engelsche onderhandelingen; de partijen hebben elkaar daardoor niet gegrepen. Wij zijn bij die onderhandelingen te weinig soepel geweest, hebben te veel gezien naar de absolute hoogte der Engelsche rechten, zonder een juist inzicht

Sluiten