Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. ONDERHANDELINGEN OVER DEN INVOER VAN ENGELSCH BERG- OF KLIPZOUT.

No. 3. — 1814, Januari 19. — de kamer van koophandel

te dordrecht aan canneman ») ').

Wij vinden ons vereerd met Uw missive van den 6en dezer»), ons raadplegende over de mesures, die gepast zoude kunnen zijn in de tegenwoordige omstandigheden door het gouvernement te neemen omtrend de al of niet belasting ofte wel de voortduring van dien op het roode en bruine berg- of klipzout, dat uit Engeland wordt aangebracht en hetwelk volgens de wet van 18 December 1805 *) met een impost is belegd van / 21/» per twee kopere maten.

• —1 Wij zijn met Uw WelEd. overtuigd, dat de zout-

vragten voor groote en kleine scheepen, in vreedenstijd op de Fransche en Spaansche kusten varende, bij dé terugreizen eené groote en onmisbare toevlugt Zijn, en wij twijfelen mede geen oogenblik, of de boven aangehaalde belasting is zeer wijselijk ter bevoordering dier nuttige vaart gelegd.

Aan den anderen kant is, zoals Uw H.E.G. teregt gelieve aan te merken, van de Fransche of Spaansche zoutplaatsen staande dezen oorlog geen of weinig aanvoer te wachten en zout is zoo voor de consumptie als victualeeringen voor de visscherijen itti* ontbeerlijk, men zal dus zijne toevlugt wel tot het Engelsche bergof klipzout moeten neemen.

De bestaande inkomende rechten en impost onder de tegenwoordige omstandigheden daarop te laten voortduttren is evenzoveel als het voor den gebruiker zooveel duurder te maken, daar buitendien de prijs zoo om de zeer hooge zeevrachten als' om

l) Commissaris-Generaal van Financiën. 2) R. a., ooU. 'Goldberg, 120. '*) Ontbreekt.

*) „Ordonnantie, waarop binnen de Bataafsche Republiek zal worden geheven de impost op het zout".

Sluiten