Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene gebiedende kragt zijn, dat zij in allen opzigten dicteeren om van de bedoelde toelating af te zien.

En aangezien het niet waarschijnlijk is, dat er vooreerst gebrek aan zout op onze markt zal wezen, zoo kan hierin geen grond gevonden worden om het gewigt der aangevoerde redenen te ontzenuwen.

No. 5. — 1814, Februari 28. — clancarty aan

van hogendorp *)".

The undersigned, having been informed that by a late edict or regulation of the dutch government2) a consideraWe variance is made upon the duties on salt, whereby all coarse- or rocksalt on importation into this country is birthened with ahigherduty,and salt of this description, being the produce of Great-Britain, will become subject to this tax and be placed thereby on a worse footing than that from France and other countries, requists M. van Hogendorp will have the goodness to inform him how far the above information may be considered by him as correct and, in the event of its proving so, that he will enable him to acquaint H. M.'s government upon what grounds a duty, so much exceeding that imposed upon the same article, the produce of the enemy's country, has been laid upon that of England to the prejudicevof the commerce, so happily reestablished between the two countries.

No. 6. —1814, Maart 12. — besluit van den souve-

reinen vorst*).

In aanmerking nemende, dat het zout tot eenen buitengewoon hoogen prijs gestegen is, zoo ten gevolge der daaromtrent onder

1) R. a., Buitenlandsche Zaken, exh. 38 Februari 1814, no. 233a.

*) Bij art. 7 van het Besluit van 7 December 1813 (Stsbl. no. 9) werd voor den invoer van het zout een uitzondering gemaakt op den algemeenen regel, dat de invoer volgens de bepalingen van het plakkaat van 1725 (met de wijzigingen) zou worden belast.

Bij het Besluit van 16 December 1813 (Stsbl. no. 12) werd echter bij art. 4 bepaald, dat zoowel voor het ruwe als het geraffineerde zout de bepalingen van het plakkaat van 1725, van de wet op de buitenlandsche producten van 18 Dec. 1805 en van het reglement van 28 Mei 1809 (Reglement op den handel in ruw zout) zouden gelden. In bet plakkaat van 1725 werd „allerlei grof sout" belast met i 6.— (pet* 208 zak), daarentegen „bergzout en klipzout, van de 100 ponden" met f 1.—.

Bij het Besluit van 23 December 1813 (Stsbl. no. 17) werd het reglement van 28 Mei 1809 gehandhaafd (art;' tfl). ''*'

In den tekst is dus het besluit van 16 December 1813 bedoeld.

s) No. 115. — R. A., Buitenlandsche Zaken, exh. 13 Maart 1814, no. 281.

Sluiten