Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derwerp vorderde, onderzocht de met U. Exa's missive van den ifin dezer maand -) ontvangene kopy eener memorie van den minister van Groot-Brittannièh bij onzen souverein *) betrekkelijk den invoer der goederen uit Engeland en speciaal het zout, en nemen de vrijheid in nevensgaande nota») onze reflectiën mede te deelen, zooals vrij zouden meenen, dat die onder het oog van Z. Exc. konden worden gebragt, doch wij oordeelen er vertrouwelijk te mogen bijvoegen, dat het wenschelijk is en hoogst belangrijk om de afdoening deser zaak te delayeeren, totdat er over de belangen des handels tusschen de beide landen in het generaal kan worden gehandeld en een commerde-tractaat kan worden tot stand gebragt. Het is toch buiten tegenspraak, dat er van de zijde der commerde hier te lande aanmerkelijke bezwaren in het midM den te brengen zijn, welke dè voorzigtigheid tot nog toe verbied1 aan te roeren; zoolang wij toch onze colomêh, hetzij dan geheel of gedeeltelijk, niet terughebben, zoolang de vestiging der staat van zaken in Europa niet voltooid is, schijnt het ons toe, dat het welbegrepen belang van onzen vaderlandschen handel vordert om met geene contra-bezwaren voor den dag te komen of vooralsnog maatregelen te nemen, wdke een soort van retorsie op de in Engeland bestaande navigatie-actens zouden schijnen aan te duiden. Ondertusschen is het vrij zeker, dat produkten van ons land aan aanmerkeljpfc 'bezwaren in Engeland onderworpen zijn en ons ved meer nadeel doen dan immer aan Engeland door de hooge regten op het zout is toegebragt.

Wij noemen bijvoorbedd het koolzaad en de ruwe en gezouten kalfsvellen, produkten, welke men in Engeland voor 't grootste gedeelte uit ons land trekt en waarvan ondertusschen de regten, met onze schepen aangebragt wordende, gelijk staan aan eehe prohibitie; en hoeveel artikelen zijf*<er niet van welke, niettegenstaande het produkten van ons land zijn, de regten nogthans zoo-

i) R A , Buitenlandsche Zaken, exh. 4 April 1814, no. 223. Dé inhoud der nota van dancarty (van 25 Maart), die in het archief ontbreekt, wordt in dit begeleidend schrijven gedeeltelijk aldus weergegeven: „De ambassadeur geeft bij dit stuk in het algemeen de verwachting van zijn Hof, dat alle artikelen, die de voortbrengselen zijn van den grond of van de fabrieken van G.-V., bij den invoer in Holland niet hooger bezwaard zullen worden dan die van andere landen, doch Z.Exc. beparft zich meer bijzonder tot het Engelsch zout en verzoekt dat men omtrent de admissie van dit voornaam product van het Britsche rijk dezelfde bepalingen adopteere als die, welke in acht genomen worden bij den invoer van zout uit de landen der meest bevoorrechte natiën .

*) Ontbreekt; zie echter de vorige noot.

*) Zie hiervoor no. 9.

Sluiten