Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mercie-tractaat plaats vinden, als wanneer er van onze zijde vele, van die der Engelschen weinige grieven zullen voor te leggea'i^Jifc En het zij ons geoorloofd tenslotte nog bij te voegen, dat men nu reeds het pernicieuse van de toelating van het Engelsch zout ondervindt. In de correspondentie, welke wij met den Commissaris-generaal van Financiën deswegens gehouden hebben, hebben wij het genoegen gehad te zien, dat Z.H.E.G.in ons gevoeleaTOLkomen deelde, en het was niet dan met de uiterste verwondering dat het publiek de provisioneele toelatingl) vernomen heeft. Alle onderneemingen, te voren ontworpen omPortugeeschenSpaansch zout hier te lande te doen komeajilbopen onvoordeeliguit; het St. Ubes zout, in menigte reeds aangevoerd, en waarvoor men gerekend had £ 250.— te bedingen, is thans niet dan tot £ 180.— te plaatsen, en zij die dus vertrouwende, dat het gouvernement niet eensklaps toegeven zoude eene wet te veranderen, die zoolange in werking geweest is, zien zich nu aan onaangename verliezen geinponeerd. De Engelschen zeiven zullen in plaats van winsten te bekomen op hunne ondernemingen zónt bierhenen te voeren, zich eindelijk zeer beklagen van de gegevene vrijheid gebruik te hebben gemaakt.

No. II. — 1814, Mei I. — VAN NAGELL AAN DEN SOUVEREINEN VORST»).

Het is U. K. H. bekend, dat de ambassadeur van het Hof «van Engeland sedert de verleende temporaire vermindering der regten op den invoer van rood en bruin berg- of klipzout uit Engeland op den 25e» Maart *) een demarche gedaan heeft, ten einde deze tijdelijke vergunning in eene onbepaalde concessie wierde veranderd, ten dien effecte dat men omtrent de toelating van dit voornaam voortbrengsel van Groot-Brittanniën voor het vervolg hier te lande dezelfde bepalingen vaststelde als die, welke in acht genomen worden bij den invoer van zout uit de landen der meest bevoorregte natiën.

Mijn voorganger -) heeft zich beijverd om daaromtrent de gedachten van de commercie in te nemen.

1) No. 6.

2) R. A., Buitenlandsche Zaken, exh. 4Mei 1814, no. 266.—Ook in coll. Goldberg, 129. *) De nota ontbreekt; zie blz. 10, noot 1. *) G. K. van Hogendorp.

Sluiten