Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die de verliezen heeft afgemeten, welke deze nuttige en echter vaderlandsche klassen geleden heeft, zal een oogenblik aarzelen om te erkennen, dat onze scheepvaart vooralsnog te diep vervallen is om in de eerste jaren zich met uitsluiting van vreemden met den aanvoer van de benodigde kwantiteit zout uit het zuiden van Europa te kunnen belasten.

En deze omstandigheid wordt in dit oogenblik nog verzwaard door de maatregelen van prohibitie, onlangs in Frankrijk tegen de zouthaalders beneden de.... -) onder het voorwendsel van sluikhandel genomen, waardoor de uitzichten op den aanvoer van dat zout nog aanmerkelijk vermindert is.

Dit alles brengd dan vanzelve teweeg het denkbeeld, dat de staat der zaken, in volkomen verband met elkander en naar waarheid beoordeelt, op dit oogenblik niet meer is dezelvde van den jare 1769 en nog veel later, dat de maatregelen, die toen haar de omstandigheden van dien tijd berekend waren, voor de tegenwoordige omstandigheden niet meer berekend zijn en dat, zonder den moed te verhezen, dat eenige jaren rust en voorspoed onze scheepvaart deszelfs alouden bloei hergeven zal, voor het tegenwoordige andere maatregelen vereischt worden om alle belangens te bevorderen en dezelve niet alleen in overeenstemming te brengen, maar zelfs eene richting te geven, die aan de eene zijde het voordeel behoud en zelfs vermeerdert en aan den anderen kant de gelegenheid voorbereid om de oude voordelen te hernemen, zoodra de verbeterde ornstandigheden het zullen toelaten, en door de slotsom deze voor ons eigenbelang ontworpene maatregelen eenen bondgenoot genoegen te geven, door wien diezelfde handel en scheepvaart en alle de takken van welvaart, die uit dezelve hun voedsel trekken, uit haar verval gered, van de overheersching bevrijd en met een edelmoedige hand onmetelijke uitzichten voor onzen handel en scheepvaart geopend heeft en waarvan zij nu reeds de vruchten gaan plukken. Wie onzer had immers kunnen denken, dat nog voor dat wij ih staat zouden zijn het schone en rijke Java en andere onzer koloni├źn uit dien hand aan te nemen, onze scheepvaart en handel hunne eerste opbeuring aan deze edelmoedigheid te danken zouden hebben l Wij geloven echter dat, wat ook U. K. H. voor het vervolg zal

┬╗) In hs. niet ingevuld.

Sluiten