Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HL ONDERHANDELINGEN OVER DEN INVOER VAN NEDERLANDSCHE BOTER IN ENGELAND.

No. 16. — ï8r6, Februari 16. — may ') aan van nagell 2).

In het berigt over den handel tusschen de Nederlanden en dit rijk, hetgeen ik de eer gehad heb aan U. Exc. te presenteeren *), heb ik mijne vreezen te kennen gegeven, dat er een toeleg was om het artikel van boter en kaas inkomende te verbieden of met zwaare regten te belasten. De geïnteresseerdens, zowel invoerders als Slijters, zijn daarop direct wakker geworden, en een bijeenkomst van de geïnteresseerdens heeft voorleeden Woensdag *) plaats gehad, die mij verzogt hebben hunnen voorzitter wel te wi Hen zijn, hetgeen ik, hoe bepaald mijn tijd ook is, uit consideratie van het groote interest, dat de provinciën van Vriesland en Groningen daarbij hebben, niet heb kunnen wijgeren. Uit deese vergadering is een committee van 6 heeren en van 2 makelaars in dat vak gecommitteerd om de interest van het geheel waar te neemen én te zaak te pousseeren, daar er geen tijd te verliesen was, omdat de Iersche boterhandelaars reets hunne belangens hadden voorgedragen.

Ik heb het daarheen gedirigeerd, dat wij onze zaak favorabel hebben voorgedragen aan den, heer Mellish, lid van het Parlement voor Middlesex, en aan Sir James Shaw, lid voor Londen, om door hun zooveel mogelijk van de intentie van den CanceJlier van de Echequir onderrigt te worden. Op verzoek van den heer Meilish heeft het committé gisteren een conferentie gehad met den heer Lushington, secretaris van de Treasury, aan wien ik met behulpvan de anderenheeren van het committee hebvoorgedragen:

Nederlandsen Consul-Generaal te Londen. ») Uit Londen, no. 28. — R. A., Buitenlandsche Zaken, exh. zo Februari i8i6> no.

673- „. *) Bij missive van 6 Februari 1816. Uit *) 7 Februari 1816.

Sluiten