Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar echter de in Engeland gemaakte bepalingen een spoedige hulp vereischen, zoo nemen de ondergeteekenden ») de vrijheid aan U. M. te proponeeren om:

reeds mi en gedurende de deliberatifn over deze gewigtige aangelegenheid, uit kracht van art. 68 der grondwet ») de betaling der uitgaande regten voor boter en kaas, behalven in Britsche schepen uitgevoerd wordende, te doen opschorten;

No. 20. — 1816, Mei 14. -— may aan van nagell8).

Ik heb de eer Uwe Exc. te informeeren, dat ik van zeer goede hand heb vernomen, dat de Irsche kooplieden, die zeer bezig zijn geweest om de hooge regten op de vreemde boter te obtineren, zig verzekert houden dat, indien Z. M. mogt goedvinden om de landhouders in Vriesland4) te soulageeren met hef afnemen van de uitgaande regten, zij de beloften hebben van den rninister, dat het beloop der regten, die in de Nederlanden van de boter mogten worden afgenomen, direct in additie op dezelve alhier zullen worden gelegt; daartoe is in de acte6) de nodige magt gereserveerd gedurende de tegenswoordige zitting van het parlement; na die tijd kan daarin geen verandering gemaakt worden dan in de volgende zitting, wanneer de omstandigheden van tijden eene verdere verhoging misscMén minder noodzakelijk kunnen maken.

No. 21. — 1817, Juni 20. — huskisson over den invoer van

boter uït nederland ").

Mr. Huskisson assured the House, that he was not one who preferred the interest of foreign countries to his own, and that if he thought this additional protection would be of real benefit to Ireland and not occassion more injury to the empire at large, he Would give it his support.

In the present year more butter had been imported from Holland than in any preceding year since the peace. Why was this? The honourable member for Essex said it was because it was pro-

1) Blz. 33, noot 1. ' -*) Art. 68 G. W. 1815 regelt het recht van dispensatie van den koning.

3) Uit Londen. — r. A., Buitenlandsche Zaken, exh. 36 Mei 1816, no. 1917.

') Gedeputeerde Staten van Friesland hadden een adres aan den koning gericht „aangaande de bekommeringen van eenige notabele landeigenaren en kooplieden in boter in dat gewest", d.d. 4 Maart 1816.

*) Wet van 30 April 1816. •) Huskisson, Speeches II, blz. 167.

Sluiten