Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. ONDERHANDELINGEN OVER DE HEFFING VAN DE LASTGELDEN.

No. 26. — l8l8, Juni 23. — VAN NAGELL AAN DEN KONING

Na eene aandachtige herziening van de rapporten,

welke indertvd bij het Departement van Buitenlandsche Zaken op verzoek ijan de Adrninistratie der Convoyen en- Licenten zijn ingewonnen, teneinde dezelve in staat zoude zijn de hiervoor genoemde artikelen van de wet van 3 Oct. 1816') ten uitvoer te leggen, is het den ondergeteekende voorgekomen, dat het verschil tusschen de bovengedachte opgaven, en wel speciaal ten aanzien der Engelsche, Deensche en Portugeesche schepen, daarin te zoeken is, dat het Departement der Cohvoyen en Licenten, zooals ook in het verslag van den staatsraad Appelius *) wordt vermeld *), over het algemeen de vaartuigen der mogendheden, in wier landen de Nederlandsche schippers ten opzigte van het eigenlijk last- of tonnegeld aan geene hoogere regten onderworpen zijn dan de nationale, het faveur der verminderde lastgelden heeft toegekend, terwijl de staatsraad Goldberg») bij het onderzoek, dat hem is aanbevolen geweest, niet alleen het oog gehad heeft op het eigenlijk last- of tonnengeld, maar in het generaal op alle andere scheepsregten, waaraan U. M. vlag boven en behalve het gewone last- of tonnegeid in vreemde landen zoude mogen onderworpen zijn en van welke de schippers, in die staten tehuis hoorende, eene geheele of gedeeltelijke vrijdom genieten.

De ondergeteekende zal eerst kortelijk gewag maken van den

J) R. A., Buitenlandsche Zaken, gearr. %% Juni 1818, no. 1558. *) Artt. 205 en ao6.

») Appelius stond toenmaals aan het hoofd van het Departement van Convooien en Licenten. *) Rapport van 15 April 1818.

*) Rapport van 29 Maart 1818. Goldberg was enkele dagen tevoren (19 Maart) opgevolgd door Falck als hoofd van het Departement van Koophandel en Koloniën, voortaan genaamd Departement van Onderwijs, Nationale Nijverheid en Koloniën.

Sluiten