Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meld verslag blijkt in de eerste plaats, dat in Denemarken enkel van koopmanschappen, die mét gepriviligeerde en dus ook met Nederlandsche schepen transito worden ingevoerd, een hooger regt betaald wordt dan van die, welke met Deensche schepen zijn ingevoerd, doordat overigens de lasten voor de Nederlandsche scheepvaart dezelfde zijn als die voor de Deensche vaartuigen, en in de tweede plaats, dat weliswaar de schepen onder Nederlandsche vlag in de havens van Groot-Brittannië en Portugal aan betalingen onderhevig zijn, van welke de nationale scheepvaart is vrijgesteld of die dezelve naar eene mindere tax betaalt, doch dat wat het eigenlijk lastgeld betreft, ten dien opzigte in die landen geen onderscheid tusschen de Nederlandsche en eigen schepen gemaakt wordt.

Dienvolgens zoude de ondergeteekende van gevoelen zijn, dat behalve de vlaggen, breder opgegeven in het rapport van den directeur-generaal der In- en Uitgaande regten en van Accijnsen hierboven aangehaald 1), en waarbij nu nog, tengevolge van de intrekking van het besluit van 17 Nov. 1817 •) de Amerikaansche gevoegd kan worden, ook de Engelsche, Deensche en Portugeesche schepen aanspraak zullen kunnen maken op de vermindering van het lastgeld bij art. 1 par. b der wet van 19 December van genoemd jaar *) bepaald; zullende U. M. gunstige dispositie in deze overigens niet beletten, dat men blijve voortgaan met van tijd tot tijd de representatiën levendig te houden, welke reeds bij het Hof van Londen gedaan zijn tot vermindering der loodsgelden *), mitsgaders bij het Hof van Brasüiën 5) tot het behandelen der Nederlandsche scheepvaart op den voet der meest begunstigde volken, waarop de vroegere verbintenissen met Portugal den Nederlanden aanspraak geven.

l) Hiervóór, blz. 40, noot 4.

*) Niet van x7, maar van 44 November X817. (K. B. no. 81.) Hierbij werd bepaald, dat de Amerikaansche schepen t. o. v. het lastgeld slechts tot 28 Februari 1818 in het genot hunner gelijkstelling met de Nederlandsche zouden worden gelaten. Na de tegemoetkomende houding der Amerikaansche regeering werd dit besluit 19 Juni d.a.v. weer ingetrokken; zie hierover Economisch-Historisch Jaarboek I, bi. 199 v.v.

3) Zie blz. 42, noot 2. 4) Zie no. 35.

*) Ten aanzien van de behandeling van deNederlandsche scheepvaart zijn door de Nederlandsche vertegenwoordigers te Rio — Mollerus, later Crommelin—wel besprekingen gevoerd, maar geen officiëele nota's ingediend; zie o. a. den brief van Mollerus aan Van Nagell van 23 Februari 1817 (R. A., Buitenlandsche Zaken, exh. 20 Mei 1817, no. 2187) en dien van Crommelin aan denzelfde van 20 Januari i82r (aldaar, exh. 23 April l82t, I. S. 1596).

Sluiten