Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rubriek van scheepsregten kunnen gebracht worden, als: last- of tonnengelden, loodsgelden, haven- of dokgelden, bakengelden, vuurgelden en voorts alle soortgelijke ongelden," welke van het schip, niet van de lading, geheven worden.

Het iS mij ten opzichte van Denemarken gebleken, dat aldaar wel eenig onderscheid gemaakt wordt tusschen vreemde en eigen schepen, dochdat zulks niet kan gezegd worden in de scheepsregten plaats te hebben, maar veeleer in de regten op de goederen, waarvanbq de tegenwoordige beschouwinggeenekwestiezijn kan jweshalvernijde gelijkstelling van Deensche en Nederlandsche schepen, met betrekking tot het lastgeld, voorkomt wel en teregt geschiedt te zijn.

Dan het is met de Portugesche schepen anders gelegen.

Ofschoon het tonnengeld in Portugal op gelijken voet van vreemde en nationale schepen gevorderd wordt, bestaan er nog andere scheepsregten, bij het rapport van den minister van Buitenlandsche Zaken») opgeteld, welke in het algemeen een zeer nadeelig verschil voor de Nederlandsche schepen uitmaken, als berekend wordende naar de schaal van de minst bevoorregte natifti, en waaronder het loon voor de wakers van de tollen der tabak in het bijzonder als een drukkende last mag beschouwd worden.

Nu is het boven uit de wet aangetoond, dat de schepen; tehuis gehoorende in een land, alwaar behalve de last-of tonnengelden nog andere regten vande Nederlandsche schepen geheven worden, waarvan de nationale vrij zijn, geene aanspraak op de voorwaardelijke gelijkstelling kunnen maken, omdat de voorwaarde slechts gedeeltelijk vervuld is.

Gevolgelijk heeft de directeur-generaal van Koophandel en Koloniën teregt nagelaten om de Portugesche schepen op te geven als in de termen vallende der ze par. van art. I der wet van 19 December 1817').

Aangaande de scheepsregten, welke in Engeland van de Nederlandsche schepen geheven worden, heb ik eene nadere en gedetailleerde opgave van U. Ms. konsul-generaal te Londen gerekwireerd en ontvangen. Uit dezelve blijkt, dat een Engelsch schip van 130 ton aan scheepsonkostèn betaald '£31.19 en een vreemd schip van gelijke grootte £ 40.19.

*) Hiervóór, blz. 41.

*) Art. 1 f b van de „Wet over de vaart en handel op de Middellandsche Zee en de Schalen van de Levant'1. (Stsbl. no. 34.)

Sluiten