Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tonnage duty (tonnengeld), which has for some time past been levied in the dutch ports on british shipping.

We have to observe that previous to the I2th of May 1819») a duty of about 52 stivers per last per annum was levied, being the same amount of duty as was thus lévied on dutch and all other vessels, but subsequent to that period british vessels have been charged with 60 stivers per last each voyage, whereas dutch vessels pay only 53 stivers per last per annum *).

We have hitherto abstained from offering any remonstrances on these heavy and increased charges/ because we were aware that dutch vessels were heretofore subject in England to the high tonnage-duty of one shilling per ton both inwards and outwards each voyage.

But the british government having recentlys) relieved dutch vessels in common with british shipping from all tonnage-duties whatever in british ports, we, the undersigned, have just grounds to hope and trustthat upon the fair and just principle of reciprocity tbe dutch government will relieve british shipping from all tonnagecharges in dutch ports.

We therefore request that you will take such measures as you may deem expediënt to accomplish the above mentioned object.

No. 31. — 1822, Augustus 3. — VAN NAGELL AAN DEN KONING 4).

De nota van den heer Ghad») heeft ten doel om,naar aanleiding van eene daartoe behoorende memorie van Britsche koopheden te Rotterdam ^te.vjerkrijgen, da* de Engelsche vaartuigen hier te lande voortaan geheelen vrijdom van tonnegeld mogen genieten, op grond dat de vreemde vlaggen, bij de jongste bepalingen op dat stuk in Groot-Brittanniën daargesteld, evenals de nationalen van die belasting in de Britsche havens ontheven zijn.

*) Wet nopens eene belasting onder den naam van last- of tonnengeld (Stsbl. no. 24.)

*) Onjuist; volgens de wet van 3 Oct. 18x6 (Stsbl. no. 53), artt. 205 en 206, werd van vreemde schepen 52 st. per last voor elke reis geheven, -voor Nederlandsche en daarmede gelijk gestelde 30 st. per last en per jaar. Bij de wet van 12 Mei 1819 (Stsbl. no. 24) (art. 2) werd deze onderscheiding behouden met wijziging der heffingen in resp. 93 en 80 cents.

') 3 Geo. IV, cap. 48.

') R. A., Buitenlandsche Zaken, 3 Aug. r822, U. S. 2047.

•) De nota van den Britschen zaakgelastigde Chad, d.d. 29 Juli, is door mij niet opgenomen. «) No. 30.

Sluiten