Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

, maar dat bovendien de wet van 12 Mei 18191) zulks niet

toelaat. De hoogste begunstiging welke, met opzigt tot het tonnengeld, aan schepen onder vreemde vlag kan te beurt vallen, is van gerangschikt te worden in de categorie van nationale schepen; en ook de jongste parlementsacte *), waarop zich de Engelsche koopheden beroepen, bevat geene bepaling, welke de vreemde vlaggen zou bevoordeelen boven die van Engeland.

Het tonnengeld is aldaar afgeschaft, en daarom betalen noch Engelsche noch vreemde schepen hetzelve, maar in Nederland blijft het tonnengeld ook van eigen schepen geheven, en even daarom kunnen de vreemde er niet van ontheven worden.

Ik kan echter bij deze gelegenheid niet nalaten van hulde te doen aan den liberalen geest, die in de nieuwste verordeningen onzer overburen doorstraalt en die zoo verre gaat, dat het comitté voor den buitenlandschen handel niet alleen voorgesteld heeft om de surplus-loodsgelden op vreemde schepen in te trekken, maar ook een fonds aangewezen tot afkoop van zekere vuurgelden, welker heffing tot dusverre een regt was voor particulieren. Vroeger of later zullen wij dit voorbeeld moeten volgen, want het valt niet te ontkennen, dat de betalingen, aan welke de scheepvaart in de voornaamste havens van Nederland onderworpen is door zamenvoeging van verschillende kleine items, tot een bedrag geklommen zijn, alleszins drukkende voor onze eigene reeders en wel geschikt om deze havens door vreemde zeevarenden zooveel mogelijk te doen mijden.

No. 33. — 1822, September 30. — besluit van den koning *).

Art. 1.

Te rekenen van den $en July 1822, als met welken dag volgens eene acte van het Parlement, onlangs uitgevaardigd in het rijk van Groot-Brittanniën, de vrijstelling der tonnage-duty, zoowel voor de vreemde als voor de nationale schepen aanvang genomen heeft, zullen de schepen onder Engelsche vlag in de havens van

*) Zie blz. 51, noot i. 2) 3 Geo. IV, cap. 48.

*) R. A., Buitenlandsche Zaken, exh. 4 October 1822, I. S. 3947.

Sluiten