Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 42. — 1825, Maart 14. — falck aan van reede

Mij is het, na aandachtige raadpleging der retroacta

ontwijfelbaar voorgekomen, dat Nederland aan het welbegrepen beginsel der reciprociteit voldaan heeft, zoodra het de Britsche schepen in zijne havenen aan geene hoogere loodsloonen onderwerpt dan zijne eigene schepen. Evenzoo is er voorleden jaar, bij de onderhandeling over de gelijkstelling der regten op de vlaggen *), geene kwestie geweest van over en weder hetzelfde montant te heffen, maar eeniglijk van de voegzaamheid om van de vreemde bodems niet meer te heffen dan van de nationale. Verlangde men echter aan deze zijde ten aanzien der loodsgelden eenen stap verder te doen, zoo behoorde dit op eene andere wijze te worden voorgesteld dan in de nota van den heer (inning in dato 2 dezer *), te meer, daar de nimmer beantwoorde nota van mijnen praedecesseur, in dato 29 September 1823«), daartoe eene allezins geschikte aanleiding gaf.

No. 43. — 1825, Juli 8. — FALCK AAN DE CONINCKs).

Blijkens de stukken, die ik den 14e» Maart 1.1. aan het Departement van Buitenlandsche Zaken deed geworden •), verkeerde ik destijds in de opinie niet alleen, dat de wederkeerigheid op het stuk der pilotage te zoeken was in de gelijkstelling van vreemde en nationale schepen, maar ook, dat in alle havens van het rijk der Nederlanden Britsche bodems in de betaling der loodsgelden op denzelfden voet behandeld werden als onze eigene. Gisteren echter zijn mij door de heeren Canning en Huskisson rapporten uit Ostende vertoond, waaruit ik moet opmaken, dat in die haven, en waarschijnlijk ook op de Schelde, het bedrag der loodsgelden ten laste der Engelschen met één vierde verhoogd wordt. Gemelde heeren vonden dit zeer onbillijk en spraken van restitutie van al hetgeen in deze voege te veel betaald was sedert de order in council van 21 Juli 1823 '), welke huns erachtens geheel op de onderstelling rustte, dat men bij ons van de kleine Britsche schepen niet meer vorderde dan van de Nederlandsche. Ik vleye

*) Uit Londen, no. a8. — R. A., Buitenlandsche Zaken, exh. 26 April 1825, no. 38.

!) Afdeeling VTHa. ») No. 41. «) Schijf fout voor 27 Sept.: vgt no. 40.

•) R. A., coll. Falck, 96.

') No. 42. ') Zie hiervóór, no. 37.

Sluiten