Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 49. — 1822, Maart 26. — falck en appelius aan

den koning

De ondergeteekenden hebben de eer U. M. te berigten, dat zij ter voldoening aan H. D. verlangen tot een onderwerp hunner ernstige overweging gemaakt hebben de aanmerkingen van het Britsche kabinet op de beginselen, waarvan bij het daarstellen der nieuwe finantieele wetten in dit rijk behoort te worden uitgegaan krachtens de algemeene wet van 12 Juli 1. 1. *), aanmerkingen, waarvan door Lord Clancarty op last van zijn gouvernement vertrouwelijke mededeeling aan U. M. gedaan is ■) en dat het resultaat hunner overdenking in het volgende raisonnement ligt opgesloten. De geest, welke in die aanmerkingen doorstraalt, bevestigt Jbet sedert eenigen tijd bij velen opgevat vermoeden, dat Engeland de noodzakelijkheid inziet om deszelfs prohibitief systema te wijzigen, hetwelk met succes kon volgehouden worden, zoolang de groote middelen, welke ter beschikking van dat land staan, onontbeerlijk waren voor de circulatie van den handel op het vasteland, maar hetwelk naderhand, toen de handeldrijvende natiën van Europa zich allengs van die afhankelijkheid hebben weten te ontslaan, tengevolge moest hebben, dat naarmate het vertier van vreemde producten in Engeland moeilijk gemaakt of verboden was, wederkeerig de voortbrengselen van Engelsche nijverheid op het vasteland werden afgewezen. En het ligt in den aard der zaak, dat nu het gouvernement aldaar van systema veranderen wil, hetzelve zich in de verwachting van het resultaat daarvan zou teleurgesteld zien, wanneer andere natiën, die tot nog toe in hunne commercieele wetgeving het voetspoor van gematigdheid en inschikkelijkheid hebben bewandeld, thans den weg insloegen, dien men in Engeland verlaten wil.

Wat nu ons land betreft, geeft de wet, van 12 July, waarop de aanmerkingen van lord Londonderry gegrond zijn, geene aanleiding om bij dit gouvernement eene neiging te onderstellen, welke den vijanden van een liberaal commercieel systhema in Engeland een argument zou kunnen opleveren om hetzelve te bestrijden. Integendeel er ligt veeleer — en hierop zou lord Clancarty op-

*) R. A., Departement van Ontvangsten, bijl. 1822, no. 3793.

*) De „Beginselenwet".

*) Zie hiervóór, blz. 74, noot 2.

Sluiten