Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu die hervorming tot stand is gebragt en wel in zulk eene liberalen zin, dat geen onzer naburen daarin den minsten grond tot billijke klagten aanwijzen kan, schijnt eene stellige opening aan het Pruissische hof, tot herinnering aan de vroegere afspraak en tot aandrang om daaraan eindelijk gevolg te geven, allezins gepast en doelmatig.

Bij het Fransche bestuur is tot dusverre geen neiging tot een commercie-tractaat of te bespeuren of te vermoeden. Het gelooft zich wel te bevinden bij zijn prohibitief stelsel en hoewel zich somtijds in de Kamer van Gedeputeerden ettelijke stemmen ten gunste van eene betere orde van zaken verheffen, zoo is het opmerkelijk, dat geene maatregelen van wetgeving of administratie door eene grootere meerderheid worden goedgekeurd of toegejuicht dan die, waarvan de erkende strekking is om de vreemden van alles te voorzien en weinig of niets van hen te koopen. Hoever deze denkbeelden van alle gezonde beginselen van staatshuisr houdkunde afwijken, behoeft niet te worden betoogd, maar zeker is het, dat zulks overal elders spoediger gevoeld en begrepen worden zal dan in een land, zoo voortreffelijk gelegen, zoo vruchtbaar en zoo sterk bevolkt als Frankrijk. Het strekt zichzelf grootendeels tot marktplaats en de invloed van hen, die belang hebben bij den buitenlandschen handel en bij de zeevaart, is er, vergelijkingswij ze, gering. Nutteloos zouden dus alle dezerzijdsche pogingen zijn om te Parijs eenige algemeene beginselen te doen aannemen tot vestiging en uitbreiding der wederzijdsche betrekkingen. Al wat men hoopen kan, en zelfs deze hoop is bij ons, wij erkennen het, uitermate flaauw, is, dat men zich versta omtrent sommige punten en dat Nederland bij deze gelegenheid eenige geruststelling erlange, dat geene verdere maatregelen tot deszelfs nadeel genomen zullen worden. Dat zoodanige geruststelling geenszins overtollig zoude zijn blijkt bij eene, zelfs oppervlakkige beschouwing van den sedert 8 jaren in Frankrijk gehouden gang. De verbodswetten hadden er eerst hoofdzakelijk ten doel de begunstiging van'het fabriekwezen, zoodat slechts enkeleproducten onzer volksvlijt aldaar ten vertier konden worden gebragt. Dochallengskens heeft ook het belang der grondeigenaars zich weten te doen gelden en elders is het zooverre gekomen dat, om van de granen niet te gewagen, als welke het onderwerp eener afzonderlijke wetgeving zijn, noch ons slachtvee, noch onze hoppe, noch onze mar-

Sluiten