Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelingen aan de vreemde hoven in dezer voege te worden ingerigt, dat U. M., zich bereid verklarende tot wederzijds voordeelige schikkingen, echter vrij en onverlet blijve in het toepassen van het beginsel van wederkeerigheid of représaille, naarmate zulks óf om nadruk bij te zetten aan onze vertoogen óf om deze of gene andere beweegredenen gepast en geraden voorkomen mogt. In de hoop, dat de aldus in het algemeen ontwikkelde consideratie met den bijval van U. M. vereerd zullen worden, gaan wij alsnu over om, als een daarop gegrond advies, H. D. in bedenking te geven, of niet de eerstondergeteekende zoude kunnen worden gemagtigd om de legatiën van het rijk bij de buitenlandsche mogendheden aan te schrijven in den bovengemelden geest, en wel voor zooveel betreft

ie. Frankrijk,

Om aan dat gouvernement te kennen te geven, dat U. M. met het hoogste leedwezen de wetten en verordeningen heeft zien uitvaardigen, door welke de handel en verkeer tusschen de Nederlandsche en Fransche onderdanen successievelijk en hoe langer hoe meer zijn bezwaard geworden en belemmerd; dat meer bijzonderlijk H. D. aandacht opgewekt is door de in April j.1. ten uitvoer gelegde maatregelen tot weering van ons hoornvee en onze andere voortbrengselen van de Fransche markten; dat zulks des te minder kon worden verwacht, dewijl de producten, die Frankrijk gewoon is herwaards uit te voeren, steeds onder betaling van zeer matige regten door ons waren toegelaten, dat aan deze strekking tot het onderhouden en aankweeken van vriendnabuurlijke betrekkingen niet was te kort gedaan bij de onlangs voltooide herziening van ons finantieel stelsel en van ons toltarief, en dat, hoewel bij deze gelegenheid aan den koning de magt was toegekend om de producten der landen te weeren, alwaar onze eigene voortbrengselen verboden of bovenmatig bezwaard waren, U. M. echter van deze bevoegdheid, nimmer dan met leedwezen gebruik maken en altijd de voorkeur geven zoude aan schikkingen, ten doel hebbende om de commercie, voor welke de beide natiën door hare ligging en wederzijdsche behoeften bij uitnemendheid bestemd zijn, te bevorderen en tot onderling gerief en voordeel te doen uitloopen; zullende het H. D. aangenaam zijn te vernemen, dat bij het rmhisterie van Z. A. C. M. eene gelijke gezindheid huisvest, hetwelke mitsdien wordt uitgenoodigd om deze

Sluiten