Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nig wordt benadeeld, heeft het gouvernement bedacht doen zijn om daarin zooveel mogelijk in redelijkheid te voorzien, en het is vandaar, dat bij art.9 der wet van 26 Augustus 1.1., waarbij het tarief der regten op den in-, uit- en doorvoer van goederen, waren en koopmanschappen is vastgesteld aan den koning is voorbehouden om in bijzondere gevallen en wanneer zulks ter bevordering van handel en fabrieken vereischt wordt, den invoer van voortbrengselen van nijverheid te bezwaren of te verbieden, welke uit die landen afkomstig zijn, alwaar men de voortbrengselen der Nederlandsche nijverheid bovenmatig belast of verboden heeft.

Indien Z. M. gehoor zoude geven aan de menigvuldige klagten en vertogen van hen, die door de maatregelen van de mogendheden, die Nederland omringen, in het buitenlandsch vertier van hunne fabrieken belemmerd worden, zoude een aantal plakkaten van retorsie tegen onderscheidene mogendheden onverwijld het tijdstip hebben behooren te kenmerken, waarop de nieuwe wettelijke bepalingen in werking gekomen zijn.

Uitsluitender wijze met hunne eigen belangen ingenomen, verliezen deze heden uit het oog, dat op die wijze de algemeene handel niet alleen eene groote vermindering ondergaan en de voordeelen missen zoude, welke men door het invoeren van lage regten bedoeld heeft, maar ook dat de staten, welke men wanen zoude aldus op eenmaal tot eene gematigde handelwijze te kunnen brengen, nog middelen in overvloed hebben om de wederzijdsche betrekkingen door verdere uitbreiding van hun verbodsstelsel te beperken.

Ook zijn de beginselen bij het opgemelde artikel der wet van 26 Augustus vastgesteld, hoezeer op billijkheid berustende, niet aangenomen om al dadelijk retorsieve maatregelen daar te stellen tegen de natiƫn, die deNederlandsche voortbrengselen bovenmatig bezwaren of geheel verbieden, waar veeleer om vooraf te beproeven, of daardoor in het belang van de Nederlandsche nijverheid ook een middel van toenadering zoude kunnen gevonden worden door overeenkomsten met andere mogendheden te treffen, ten einde de wederkerige nadeelen, uit een prohibitief systema kunnende voortvloeyen, af te weeren.

') Staatsblad no. 39.

Sluiten