Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houding te blijven en geene onderhandelingen ad hoe te openen, welker doel misschien vanzeive zal bereikt worden.

Hoewel nu Z. M. om de zooeven aangehaalde bijzonderheden het vooralsnog onraadzaam oordeelt zich tot eigentlijke onderhandelingen met Engeland te bepalen, heeft H. D. het echter met ongepast geoordeelt om bij gelegenheid van de invoering van het nieuwe tarief van de regten van in-, uit- en doorvoer de aandacht van het Britsch gouvernement eenigszins nader te vestigen op de reserve van het opgemelde 9e art. der wet van 26 Augustus.

Van tijd tot tijd n.1. wordt bij het Engelsche ministerie ia het ondersteld belang der inlandsche industrie of akkerbouw dringend aanzoek gedaan tot het leggen van overdrevene regten op vreemde voortbrengselen.

De boter is herhaaldelijk het voorwerp van zoodanige aanzoeken geweest. Ook op de meekrappen is voor eenige jaren eene belasting gelegd, waardoor het vertier'tiaar Engeland niet weinig geleden heeft, en Z. M. heeft het alzoo dienstig geacht den baron Fagel van den stand der zake te doen onderrigten, opdat hij, de bijgaande wet en tarief aan het Britsch ministerie overhandigende, hetzelve inzonderheid bekend make met de bevoegdheid, die daarbij aan Z. M. is toegekend om den invoer der voortbrengselen van nijverheid te bezwaren of te verbieden, welke uit zoodanige landen afkomstig zijrfc waar men de producten der Nederlandsche nijverheid bovenmatig belast of verboden heeft, en bij die gelegenheid het vertrouwen uite, dat de thans bestaande handelsbetrekkingen tusschen de beide rijken voortaan wel verder aangemoedigd en begunstigd, maar nimmer belemmerd of tegengegaan zullen worden.

De koning, aan den bekenden ijvér van den baron Fagel voor 's rijks belangen overlatende om daar, waar hij zulks verder van vrucht zal oordeelen, zoodanige gevoelens op te wekken en wortelen te doen schieten, vertrouwt dat op die wijze het daarstellen van belemmerende maatregelen in Groot-Brittanje ten opzigte van den Nederlandschen handel voor het vervolg zoo al niet geheel voorgekomen, echter zeldzamer gemaakt en in allen gevalle zal worden bewerkt, dat het Britsch gouvernement niet onverhoeds daartoe zal overgaan of zonder dat er tijd geweest zal zijn voor het inbrengen der dezerzijdschetegenbedenkingen, ten einde Z. M. niet in de onaangename noodzakelijkheid behoeve te komen

Posthumus. ,

Sluiten