Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoowel het incident zelve te hebben vergeten als den onberedeneerden ijver van den goeden lord,») die er aanleiding toe gaf.

De steller van de nota, die U.Exc. mij heeft doen toekomen *), gelooft, dat er nog pogingen vereischt worden, om de zoogenaamde redprociteits-bill de meerderheid in het parlement te verschaffen. De zaak heeft sedert 18 Juli jl. haar volkomen beslag, zooals uit het straks door mij gemelde blijkbaar is. Maar tusschen eventueele gelijkstelling der vreemde vlaggen met de Britsche en eene noemenswaardige vermindering der inkomende regten op buitenlandsche fabrikaten is een veel grooter onderscheid dan hem voor den geest schijnt te hebben gezweefd. De rninisters, hoe ongunstig ook hunne denkwijze moge zijn over de doelmatigheid der zoogenaamde protecting duties, zouden eene veel te groote massa van belangen tegen zich in beweging brengen, indien zij zonder eene langzame voorbereiding der gemoederen op dat bij het gros der natie nog immer geëerbiedigd zamenstel eenige aanmerkelijke inbreuk maakten. In de nota worden de Vlaamsche linnens genoemd als een object, waarvan het wenschelijk zoude zijn het debiet in dit land te bedingen. Doch welken ingang een voorstel hieromtrent zoude vinden, kan men uit deze eene bijzonderheid afleiden, dat op het oogenblik, dat men de meest mogelijke uitbreiding wilde geven aan het systema van entreposeering, de vreemde linnens ter comtemplatie van Ierland uitgesloten zijn van de talrijke lijst der goederen, die in de havens van het rijk — niet ter consumtie, maar met uitdrukkelijke verpligting tot reëxportatie en dus zonder eenig mogelijk nadeel voor de nationale industrie — kosteloos geëntreposeerd mogen worden; zoodat men, om niet den geheelen maatregel schipbreuk te zienlijden, aan de ongegronde reclamatiën der Iersche manufacturiers heeft moeten toegeven. En hieruit gelieve U.Exc. te beoordeelen met welke behoedzaamheid het nünisterie zal dienen te werk te gaan, wanneer het ooit, op gronden van algemeen nut, het binnenlandsche vertier van vreemde fabriekwaren zal willen begunstigen. Onder deze gronden zal het in allen geval moeten kunnen opnoemen de wederkeerige begunstiging van Engelsche producten in den staat van welken die fabriekwaren afkomstig zijn. Doch hier doet zich eene zwarigheid op, welke de steller der nota, vooral zoo hij tot de zuidelijke

*) Wellington, zie nos. 51—53.

*) No. 61.

Sluiten