Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den over eene diergelijke overeenkomst wordt gehandeld, oftewel zonder tegelijkertijd uit de publicatie van het voornoemde tractaat door een order in rade retorsive maatregelen te nemen tégen Nederland.

De Engelsche Secretaris van Staat, wiens bewoordingen evenals die van den heer Huskisson ik nagenoeg letterlijk heb overgenomen, eindigt met te zeggen: „this is not menace, but fact", terwijl bij ook in den loop van zijn brief aan den heer Granville aanbeveelt, dat hij het daarheen moet brengen, dat de heer Falck spoedig terugkeere met volmagten om te handelen, oftewel, zoo hij nog verhinderd wierd, dat alsdan die terugkomst vervangen worde door eene mededeeling vóór den ten Mei, dat hij daarvan bij zijne terugkomst zal voorzien zijn.

De ambassadeur wenscht het beslissend antwoord van U. M. op deze vertrouwelijke communicatie met den meesten spoed, zoo mogelijk nog tegen Vrijdag >) te kennen, opdat hij den heer Canning met H. D. gezindheden in deze onverwijld kunne bekend maken..-

De Departementen van Nationale Nijverheid en Koloniën en van Finantiën, aan welke het primitive voorstel van den Engelschen ambassadeur indertijd verzonden is, hebben nog niet geantwoord a). Daar intusschen de raadplegingen bij dezelve niet wel verder kunnen leiden dan tot het al of niet aannemen van de propositie om het ontwerp tot eene overeenkomst van dien aard van Engeland over te nemen, waartoe ik al aanvankelijk gestemd heb, en het hier aankomt op de beslissing van het principe, hetgeen de basis der onderhandelingen zal moeten uitmaken, neme ik de vrijheid bij de mededeeling van het bovenstaande aan U. M. in overweging te geven, of H. D. niet zoude kunnen goed vinden deswegens de gedachten te hooren van den heer Falck, die toch met den commercieelen staat van zaken genoegzaam bekend is en dus wel zal kunnen beoordeelen, of men aan den ambassadeur eenige voorloopige verzekeringen zoude kunnen geven, waardoor voorgekomen wierd, dat niet de zaak door een order in rade uit derzelver geheel wierde gebragt, wijl ik vreze, dat wanneer deze communicatie den gewonen loop moet nemen van de departementen, daarmede te veel tijd zal worden verloren.

l) 23 April 1824. a) Zie hierachter, no. 73.

Sluiten