Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 73. — 1824, April 27. — ELOUT EN APPELHJS *) AAN DEN / r KONING2).

De ondergeteekenden hebben, ingevolge U. M.'s last en met de uiterste belangstelling overwogen de nota vah den Engelschen ambassadeur van den I2C« Maart 1.1.») en de parlementsacte, waarbij Z. Gr. Br. M. is gemagtigd geworden om onder zekere bepalingen de regten en restitutiën van regten (drawbacks) voor goederen, met vreemde schepen in- of uitgevoerd wordende, te regelen en sommige vreemde schepen van de betaling van het lootsgeld te ontheffen *).

Deze zigtbare toenadering van de Engelsche regering tot een meer vrijgevig stelsel van inkomende en uitgaande regten, is voor de Nederlanden dubbel belangrijk na de opening, welke dezerzijds reeds in de maand Juny 1823 omtrent dat onderwerp aan Engeland gedaan zijn5), en het beginsel van wederkeerigheid, waarop die parlementsacte rust, strookt te zeer met den eigen stelregel van het Nederlandsen gouvernement, dan dat hetzelve niet geregtelijk zou behooren gebruik te maken van de door den Britscheh gezant uit eigen beweging aangebodene gelegenheid om dat beginsel op den handel der beide rijken toegepast te zien.

De Engelsche ambassadeur verklaart zich niet alleen bereidwillig om alle die voorstellen, welke eene sriekking tot dat doel zouden hebben, aan te hooren, maar biedt zelf aan om van zijne zijde een ontwerp van overeenkomst voor te dragen, waarbij alle onderscheid in de regten op schepen en voortbrengselen van de beide landen in elkanders havens voor eenen bepaalden tijd zouden worden afgeschaft.

De ondergeteekenden kunnen dit laatste voorstel niet dan als zeer aannemehjk beschouwen, dewijl hetzelve al aanstonds aan Nederland het voordeel zou opleveren van in zijn geheel te kunnen overzien wat Engeland van ons verlangt en wat die staat ons wederkeerig ten behoeve van onzen handel en scheepvaart wil toestaan, en zij zijn dus eerbiediglijk van gevoelen, dat dit aanbod van den Engelschen gezant, onder betuiging dat hetzelve met be-

i) Appelius was reeds op 6 April 1824 door Elout uitgenoodigd een gemeenschappelijk rapport op te maken. (R. A., Waterstaat 2567.) *) R. A., Waterstaat 2567. ') No. 66.

») De Act van 18 Juli 1823; hiervóór afgedrukt op blz. 116, noot 4. ) No. 55-

Sluiten