Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 77. — 1824, Juni 15. — FALCK AAN VAN REEDE >).

Mijne instructie») brengt mede, dat ik van het Engelsch ministerie, in verband met de tusschen lord Granville en den heer Reinhold gewisselde nota »), verdere opening van zaken moet trachten te bekomen wegens het sluiten eener commerciële convencie. Ik heb daarvan mijn werk gemaakt, zoodra mijn gehoor bij den koning en de uitwisseling der ratifikatièn van het Indische traktaat*) plaats hadden gehad, en ik ga thans over tot het verslag der conferentiën, die ik gisteren over dat gewigtig onderwerp met de heeren Canning en Huskisson heb gehouden.

Dezelve begon met de ontwildreling door laatstgenoemden heer van den staat der kwestie, zooals die hem voorkwam, en van het bedenkelijke voor mercantiele staten, zooals Engeland en de Nederlanden, om een kleinen oorlog van bescherming voor de eigene vlag en van uitsluiting der andere, gaande te houden, waaruit in het algemeen winstderving voor de schatkist en beperking van weldadige handelsbetrelddngen moesten voortvloeyen. Hij dacht, dat om daarvan eens voor al en op een wederkerig billijken voet een einde te maken, niets raadzamer konde zijn dan zoodanige overeenkomst als hier onlangs met Pruissen gesloten is5).

Ik heb, zonder mij vooreent omtrent dat exposé uit te laten, 's konings leedwezen betuigd, dat eene mededeeling, namens H. D. nu juist een jaaf geleden door baron Fagel gedaan •) en welke den geest der hberaliteit in een veel ruimer omvang dan thans werd voorgesteld, ademde, ten eene male onbeantwoord was gebleven; en de bedoelde nota nu, op mijn verzoek gelezen zijnde, heeft zulks den heer Huskisson aanleiding gegeven om op te merken, dat men hier te lande gemeend had van de retorsieve maatregelen, bij art. IX van onze wet') omschreven, geene toepassing op Engeland te duchten te hebben, dewijl het Nederlandsche stelsel, hoe rmld het ook over het algemeen wezen mogt, de Britsche fabrikaten doorgaans met hooge en de volgende stapelartikelen: ijzer, aardewerk, lakens, katoenen stoffen zelfs met proWbitieveregten bezwaarde. Wij waren dus in het stuk der hooge

') No. 98. — R. A., Waterstaat 2567, en coll. Falck, 96. ») No. 74

*) Nos. 66, 71. * «) Londensch tractaat van 17 Maart 1824. De akten van ratificatie werden 8 Juni 1824 te Londen uitgewisseld. 5) 2 April 1824. •) No. 58. ') Wet van 26 Augustus 1822, Stsbl. no. 39. Posthumus.

Sluiten