Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorzien, ingeval Z. M. in principe het gelijkstellen der regten goedkeurt. Dit alleen zij het mij nog vergund te doen opmerken, voor zooveel de kamers van koophandel of andere deskundigen, die men raadplegen zal, de voorkeur mogten geven aan het in stand blijven der tegenwoordige orde van zaken en der restitutie. van 10 %, dat namelijk de Britsche regering het niet alleen in hare magt heeft om die orde van zaken te verbreken^, maar ook ernstig voornemens is om tot countervailing duties over te gaan tot zoodanig meerder bezwaar op onze scheepvaart als tegen de voordeden opwegen kan, die zij geacht wordt uit de algemeene en bijzondere voorschriften van het tarief van 26 Augustus 1822 te trekken. Geene argumenten rijn mij immers vooralsnog bekend, door welke ik haar van dit voornemen zoude kunnen afbrengen. Is het eens ten uitvoer gebracht, zoo zoude er voor Nederland niets anders overschieten dan zijne discriminating duties nog al verder uit te strekken, een systema van représaille, waarvan ik het bedenkelijke èn voor den handel in het algemeen èn voor de politieke betrekkingen niet behoef aan te toonen. Liever wil ik dus aan de hoop toegeven dat er, na overweging van dit en van mijn vorig schrijvenJ) over dezelfde materie, bij Z. M. termen zullen gevonden worden om mij te magtigen tot het onderhandelen over de meergemelde gelijkstelling, het principe der leciprociteit naar een billijk regard op de Nederlandsche belangen wijzigende.

No. 80. — 1824, Juni l8. — FALCK AAN VAN REEDEs).

De velerlei drukte van den heer Canning bij het ten einde loopen der parlementszitting is waarschijnlijk oorzaak, dat ik eerst dezen namiddag de nota ») ontvange, die mij volgens afspraak in de conferentie van voorleden Maandag4) als antwoord op de ouvertures, in den tijd door den baron Fagel gedaan6), toegezonden worden moest. Ik zoude wel eene en andere aanmerking te maken hebben op de minute, welke voorschreven'nota vergezelt, want dat verslag van het door ons verhandelde is op eene enkele plaats min naauwkeurig en had overhoops vollediger kunnen zijn, doch daar mij zeiven heden de tijd ontbreekt om uitvoerig te zijn, bepale ik i*ij tot de inzending van afschriften dier beide stukken

J) No. 77.

*) Uit Londen, no. 101. — R. A., Buitenlandsche Zaken, exh. 22 Juni 1824, no. 21. ') No. 76. •) 14 Juni 1824; zie no. 75. 6) No. 58.

Sluiten