Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekomen, dat niet door het in werking stellen van den maatregel, waarmede Engeland onze vlag bedreigt, het aangaan van evéntueele commercieele schikkingen worde vermoeyelijkt.

Wij ajn het met den ambassadeur eens, dat, zoo overigens een middel uit te vinden is om de zwarigheid op te ruimen, die de wetgeving aan dit werk in den weg stelt, eene tijdelijke opoffering der 10% uit hoofde van de motiven, door hem aangevoerd, als eene verkiesselijke zaak is aan te merken. Het voorstel iritusschen van de Engelsche heeren, zooals hetzelve is liggende, kan met geen mogelijkheid worden aangenomen, want door onze schepen te versteken van de restitutie zoude regstreeks gehandeld worden in tegenstand met de wet, die dezelve dit voordeel verzekert, en door de Engelsche schepen die teruggave toe te staan, zoude niet minder de bestaande wetgeving worden voorbijgezien, daar, behalve dat zoodanige uitzondering nergens wordt geautoriseerd, op die wijze het voorregt, aan de Nederlandsche vaart toegekend, illusoir zoude worden.

De overweging hiervan heeft ons geleid tot het uitdenken van een middel, dat aan de bestaande wettelijke bepalingen, die elk gouvernement in den zijne binden-, niet derogeert en tevens zoude kunnen dienen om ons een meerderen waarborg te bezorgen, dat Engeland zijne toezegging tot het aangaan van onderhandelingen over een tractaat van commercie zal verwezenhjken.

Dit middel, dat ik bok namens de opgedachte heeren Elout en de Mey van Streefkerk aan U. M. overdenkingen onderwerpe, zoude zijn, dat door den ambassadeur dezerzijds als condliatoir en ten einde een bewijs te geven, dat U. M. emstiglijk gezind is om de zwarigheid, die in den staat der wetgeving geboren wordt, te ovenrinnen en aan bet verlangen van Engeland omtrent de 10% toe te geven, aan de heeren Omring en Huskisson zoude kunnen worden voorgesteld om als provisioneele maatregel en behoudens dat al het overige en o.a. zoutvaart blijve in zijngeheel, vast te stellen, dat van het tijdstip af aan, nader te bepalen,, de 10 % van de Engelsche schepen niet gevorderd, maar in debet in de registers zal worden aangeteekend, om, bijaldien de commercieele onderhandeling, waartoe men van de Engelsche zijde zich bereid verklaren wil, gunstig afloope, definitive te worden geroyeerd, of wel ingevorderd, wanneer men zich onverhoopt niet zoude kunnen verstaan, waartegen men vanwegen Engeland, om

Sluiten